Australian Cattle Dog 

 
Men denkt dat deze hond het resultaat is van kruisingen tussen de inmiddels uitgestorven Smithfield (nauw verwant aan de Old English Sheepdog), de Dingo, de Schotse Herder en de Bullterriër. Tegen 1840 zou het ras ook bloed van de Dalmatiër en de Australian Sheperd gekregen hebben. Hij wordt ook "Heeler" genoemd, omdat hij het vee zo goed in de hielen kan bijten zonder verwond te raken. Het ras werd rond 1890 erkend. In Europa en de Verenigde Staten is het pas sinds de jaren 70 bekend.

Type hond
Bouviers

Land van herkomst
Australië

Oorspronkelijke naam
Australian Cattle Dog

Andere naam
Australische Veedrijvershond, Heeler

Karakter
Deze dynamische hond is altijd alert. Hij is moedig en waakzaam. Hij is geboren om vee te hoeden en te bewaken. Hij is rustiek en zeer beweeglijk. De Australian Cattle Dog maakt vrijwel geen geluid als hij werkt (zijn blaffen lijkt op het krassen van een uil). Hij is onmisbaar voor de Australische boeren, die op gigantisch grote terreinen moeten werken in een heet klimaat. Hij is een trouwe vriend, die erg aan zijn baas en de familie gehecht is. Omdat hij wantrouwend is tegenover vreemden, is hij een uitstekende waakhond.

Verzorging
De Australian Cattle Dog is geen hond om in de stad te leven. Als hij gedwongen wordt binnenshuis te leven, zal hij schade aanrichten in huis, omdat hij geen ruimte heeft en geen activiteiten kan ontplooien. Hij heeft elke dag zeer veel beweging nodig. Regelmatig borstelen is voldoende.

Gebruik
Vee- en schapenhoeder. Bewaakt en leidt het vee. Waakhond. 

 

Hoofd
Krachtig. Brede, licht gewelfde schedel. Lichte stop. Gespierde wangen. Krachtige, middellange neusrug. Dichte, strakke lippen.

Ogen
Ovaal, middelgroot, donkerbruin.

Oren
Vrij klein, breed aan de basis, gespierd en puntig. Rechtop gehouden.

Lichaam
Langer dan hoog, compact, harmonisch gebouwd. Buitengewoon krachtige hals, zonder keelhuid. Krachtige rug. Diepe, gespierde borstkas. Goed gewelfde ribben. Stevige schouders, schuin staand en gespierd. Brede, sterke en gespierde lendenen. Horizontale toplijn. Hellende croupe.

Ledematen
Krachtige benen. Ronde voeten. Korte, sterke, gewelfde en gesloten tenen.

Staart
In rust licht gebogen. Met veel haar bedekt (borstelig).

Vacht
Kort (2,5 tot 4 cm), glad, dubbel, dicht, recht, hard en vlak tegen het lichaam liggend, waterdicht. Langer op de achterkant van de benen en op het onderlichaam. Korte, dichte ondervacht.

Kleur
Blauw: blauw, blauwgespikkeld, met of zonder zwarte, blauwe of tan vlekken op het hoofd. Roodgespikkeld: kleine rode vlekjes over het hele lichaam.

Schofthoogte
Reuen: 46-51 cm. Teven: 43-48 cm.

Gewicht
15-20 kg.