Barbet 

 
De Barbet komt in Europa voor sinds de Middeleeuwen, onder de benaming Waterhond. Zijn naam wordt al genoemd in geschriften uit de zestiende eeuw en hij komt voor op diverse afbeeldingen uit datzelfde tijdperk. Hij werd gebruikt voor de jacht op eenden en zwanen. Hij wordt door Buffon vermeld in zijn "Histoire naturelle". De Barbet wordt door Spallanzani in 1779 met succes gebruikt voor de eerste kunstmatige inseminatie. Aan het eind van de negentiende eeuw liep hij in aantal terug en werd nog slechts gehouden als jachthond door stropers en boeren, zodat hij bijna dreigde te verdwijnen. De Barbet kan worden beschouwd als de voorvader van de langharige, min of meer wollige of krulharige honden (Poedel, Bichon) en is direct verwant aan de herdershonden, zoals de Briard, waar hij veel overeenkomsten mee vertoont. Zijn standaard is in 1986 bijgewerkt. Hij is in aantal sterk afgenomen, waardoor hij met uitsterven wordt bedreigd.

Type hond
Waterhonden

Land van herkomst
Frankrijk

Oorspronkelijke naam
Barbet

Andere naam
Barbillot

Karakter
Zeer sterk, robuust, krachtig en kan goed tegen water en kou. Hij is dol op water en is een uitstekend zwemmer. Met zijn goed ontwikkelde reukvermogen en langzame tred is hij ideaal voor de jacht op waterwild. Hij apporteert heel goed. Ook is hij gebruikt als herdershond voor het begeleiden van kudden. Hij heeft een evenwichtig en zachtaardig karakter en is niet agressief. Het is een aanhankelijke metgezel.

Verzorging
Hij kan goed in de stad wonen, maar wordt niet graag alleen gelaten. Hij moet regelmatig worden uitgelaten. Hij kan niet goed tegen warmte vanwege zijn dikke vacht. De haren kunnen gaan klitten als ze niet regelmatig worden ontward.

Gebruik
Jachthond. Gezelschapshond. 

 

Hoofd
Rond. Ronde en brede schedel. Uitgesproken stop. Kort voorhoofd. Vierkante snuit. Dikke, gepigmenteerde lippen.

Ogen
Rond, bij voorkeur donker kastanjebruin. Verscholen onder de haren van de schedel en het voorhoofd.

Oren
Lage aanzet, lang, plat, met lange haarlokken.

Lichaam
Sterk. Stevige en korte hals. Brede, goed ontwikkelde borst. Gewelfde ribben. Ietwat convexe (bolronde) rug. Gewelfde, korte en sterke lendenen. Croupe met rond profiel.

Ledematen
Sterk, gespierd, stevige botten. Grote, ronde, brede voeten.

Staart
Lage aanzet, iets opgeheven, maar nooit helemaal horizontaal, licht opgekruld aan de punt.

Vacht
Lang, wollig, golvend, soms gekruld, kan haarlokken vormen. Deze volle vacht beschermt hem tegen water en kou. Het haar op de kop moet tot op het voorhoofd vallen en de ogen bedekken. De baard is lang en de snor zeer vol.

Kleur
Effen zwart, grijs, kastanjebruin, vaalrood, zandkleurig, wit of min of meer bontge-kleurd. Alle nuances van vaalrood en zandkleur zijn toegestaan.

Schofthoogte
Reu: minimaal 54 cm. Teef: minimaal 50 cm.

Gewicht
20 tot 25 kg.