- Informatie >
- Honden >
- Rassen >
- B >
- Bearded Collie
Bearded Collie
Volgens sommigen is de Magyar Komondor uit Centraal Europa zijn verre voorvader. Anderen denken dat hij het resultaat is van de kruising tussen een Schotse Herder en de Polski Owczarek Nizinny, en dat hij afkomstig is uit de Schotse Hooglanden. Hij was in de 20e eeuw bijna verdwenen en door de Old English Sheepdog vervangen. Dankzij een Schotse fokster maakte dit ras in 1950 een comeback. Het ras is tegenwoordig nog steeds geliefd.
Type hond
Herdershonden
Land van herkomst
Groot-Brittannië
Oorspronkelijke naam
Bearded Collie
Andere naam
Highland Collie, Beardie
Karakter
Deze evenwichtige, levendige hond is noch timide noch agressief. Hij is zelfverzekerd, aanhankelijk en speels. Hij is zeer aan zijn baas gehecht en hij is dol op kinderen. Hij is niet graag alleen. Hoewel hij gauw blaft, is hij geen goede waakhond. Van zijn goede reukvermogen wordt gebruikt gemaakt bij het zoeken naar truffels. Een consequente maar zachte opvoeding is noodzakelijk. Met de opvoeding moet op jonge leeftijd begonnen worden.
Verzorging
Hij kan binnenshuis leven als hij maar veel naar buiten kan en niet alleen hoeft te blijven. Hij moet regelmatig geborsteld worden, minstens twee keer per week, om het vormen van klitten te voorkomen.
Gebruik
Gezelschapshond.
Hoofd
Breed en vlak. Krachtige snuit. Matige stop. Grote, vierkante neusspiegel.
Ogen
Groot, ver uit elkaar, de kleur varieert, afhankelijk van kleur van de vacht. De wenkbrauwharen vormen een boog omhoog en naar voren.
Oren
Middelgroot, dicht tegen het hoofd hangend.
Lichaam
Lang. Diepe borstkas. Goed gewelfde ribben. Rechte rug. Krachtige lendenen. Buiklijn vrij hoog boven de grond.
Ledematen
Benen met flinke botten. Ovale voeten. Gesloten, gewelfde tenen. Dikke voetzolen.
Staart
Goed behaard en laag aangezet. Geen haak of krul. Omlaag gedragen met een boogje aan het einde.
Vacht
Lang, plat, ruw, stevig en ruig. Soms golvend. Langer bij kaken en kin, waardoor de karakteristieke baard wordt gevormd. Zachte, dichte ondervacht.
Kleur
Leikleurig, roodachtig fauve, zwart, blauw, alle tinten grijs met of zonder witte aftekeningen. De vacht krijgt zijn definitieve kleur pas na drie jaar, de eerste jaren wordt de vacht meerdere keren lichter en donkerder.
Schofthoogte
Reuen: 53-56 cm,.Teven: 51-53 cm.
Gewicht
Tussen de 18 en 26 kg.


