- Informatie >
- Honden >
- Rassen >
- B >
- Beauceron
Beauceron
De Beauceron stamt af van de "honden van de vlakte" (chiens de plaine) die de kudden bij Parijs hoedden. Aan het eind van de negentiende eeuw werden de kortharige "honden van de vlakte" Beaucerons genoemd; de langharige variëteiten werden Briards genoemd. E. Boulet (voornamelijk bekend om zijn Griffons) introduceerde het ras en hielp bij de oprichting van de Franse Herdershondenclub in 1896. In 1911 werd de Vrienden van de Beauceron Club opgericht. De naam "Bas Rougeâ" werd gegeven aan de Beauceron vanwege de tan aftekeningen op de benen, die op sokken ("basâ") lijken. De selectie bij het fokken heeft gevarieerd tussen werkhonden, tentoonstellingshonden en honden voor waak- en verdedigingsdoeleinden. Niettemin is de Beauceron bovenal een herdershond. Hoewel hij zeer populair is in Frankrijk, is hij in andere landen, met uitzondering van België, vrijwel onbekend.
Type hond
Herdershonden
Land van herkomst
Frankrijk
Oorspronkelijke naam
Berger de Beauce
Andere naam
Bas rouge, Beauceron
Karakter
Deze hond is vastberaden, moedig, snel, flink en oplettend en dwingt respect af. Hij is argwanend tegenover vreemden en geeft zich niet snel gewonnen. Hij is loyaal ten opzichte van zijn baas en vriendelijk met kinderen. Hij voelt zich verbonden met het hele gezin, maar is op zijn hoede als er vreemden aanwezig zijn. De baas moet er op bedacht zijn dat dit ras duidelijk zijn dominantie ten opzichte van andere reuen toont. Zijn goed ontwikkelde reukvermogen wordt gebruikt om truffels op te sporen. Hij is een verstandige hond, die vastberaden, dynamisch en moedig is als hij werkt, maar die tevens gehoorzaam en makkelijk in de omgang is.
Verzorging
Deze stoutmoedige "landheer" heeft ruimte nodig om te kunnen rennen en is niet geschikt voor een leven binnenshuis. Hij houdt et niet van om aangelijnd te zijn en kan er niet tegen om opgesloten te zijn. Deze hond heeft een consequente opvoeding en discipline nodig, en veel beweging om zijn energie kwijt te kunnen raken. Hij is pas laat volwassen. Twee tot drie keer borstelen per maand is genoeg. De Hubertusklauwen moeten regelmatig worden getrimd.
Gebruik
Vee- en schapenhoeder (schapen en rundvee). Waakhond. Verdedigingshond. Legerhond. Spoorzoeker. Reddingshond. Gezelschapshond.
Hoofd
Lang (2/5 van de grootte), goed gebeitel hoofd, met een vlakke schedel. Geen uitgesproken stop. Licht gewelfde neusrug. Snuit niet recht, noch spits.
Ogen
Rond, donker van kleur. Vrijmoedige uitdrukking.
Oren
Hoog aangezet. Van nature hangend, kort en vlak, maar niet te dicht bij het hoofd. Rechtop gedragen indien gecoupeerd.
Lichaam
Stevig, krachtig, goed ontwikkeld en gespierd, maar niet zwaar. Gespierde hals. Brede, diepe borstkas. Rechte rug. Nauwelijks hellende croupe. Brede lendenen.
Ledematen
Twee Hubertusklauwen aan de binnenkant van elk achterbeen, dicht bij de voet. Benen iets naar achteren geplaatst. Ronde, sterke voeten.
Staart
Recht naar beneden gedragen, tot het spronggewricht reikend, met een lichte J-vormige boog. Enigszins dichte vacht.
Vacht
Vlak op het hoofd. Zwaar en dicht, vlak tegen het lichaam liggend (3 tot 4 cm lang). Met lichte bevedering op de dijen en onderzijde. Zeer korte, fijne, dichte en zachte ondervacht, bij voorkeur muisgrijs.
Kleur
Black-and-tan (tweekleurig), bas rouge (meest voorkomend). Glanzend zwart. Tan als kleur van eekhoorn. Tan aftekeningen: vlekken boven de ogen, op de zijkant van de snuit, hals en onder de staart. Tan strekt zich op de benen uit tot de voeten en polsen (het kleurenpatroon vormt een "sok", vandaar de naam Bas Rouge, oftewel Rode Sokken). Harlekijn: grijs, zwart en tan (driekleurig): gelijke hoeveelheid grijs en zwart in vlekken, met dezelfde karakteristieke tan vlekken.
Schofthoogte
Reuen: 65-70 cm. Teven: 61-68 cm.
Gewicht
27-37 kg.


