Berghond van de Maremmen en Abruzzen 

 
Men neemt aan dat de Berghond van de Maremmen en Abruzzen al een oud ras is. De Romeinse landbouwkundige Varro maakt al in 100 v. Chr. in zijn geschriften melding van een ras van witte honden. Net als bij de meeste honden van het Europese Molossser type, kan de oorsprong van dit ras worden teruggevoerd tot de Herders-honden van Centraal-Azië die met de Mongolen in West-Europa arriveerden. Tot 1950/1960 werd er onderscheid gemaakt tussen de Berghond van de Maremmen (kortharig) en de langharige Berghond van de Abruzzen. Er werd vastgesteld dat dit onderscheid alleen maar werd gemaakt omdat deze hond van juni tot oktober in de Abruzzen werkzaam was, en van oktober tot juni in de Maremmen streek. Ongeveer vijfentwintig jaar geleden schreef prof. G. Solaro één standaard voor het ras, en werden de namen samengevoegd.

Type hond
Herdershonden

Land van herkomst
Italië

Oorspronkelijke naam
Cane da Pastore, Maremmano-Abruzzese

Andere naam
Berghond van de Maremmen, Berghond van de Maremmen en Abruzzen

Karakter
Deze rustige, bedachtzame en niet snel onderworpen hond heeft een consequente opvoeding nodig. Hij is zeer gehecht aan zijn baas, geschikt voor kinderen en een goede gezelschapshond. Omdat hij zeer wantrouwig is ten opzichte van vreemden, is hij een betrouwbare en toegewijde waakhond.

Verzorging
Deze hond is niet geschikt voor een leven binnenshuis. Hij heeft ruimte en veel beweging nodig. Deze robuuste hond kan niet goed tegen warmte. Regelmatig borstelen is nodig.

Gebruik
Vee- en schapenhoeder. Waakhond. Gezelschapshond

 

Hoofd
Groot, plat, wigvormig; lijkend op dat van een ijsbeer. Geen duidelijke stop.

Ogen
Amandelvormig, relatief klein ten opzichte van de rest van het lichaam. Oker of donkerbruin van kleur. Zwart omrande oogleden.

Oren
Hoog aangezet. Betrekkelijk klein, hangend, driehoekig (V-vormig).

Lichaam
Langer dan hoog. Dikke, krachtige hals. Diepe, brede borstkas. Goed gewelfde ribben. Krachtige, gespierde, licht hellende croupe. Rechte rug.

Ledematen
Grote voeten, vrijwel rond. Tenen bedekt met dik, kort haar.

Staart
Met dik haar bedekt. Laag aangezet. In rust laag gedragen; in actie in het verlengde van de rug gedragen, met het uiteinde opwaarts gekruld.

Vacht
Dik en lang (8 cm), ruw aanvoelend. Kort op het hoofd. Kraag en bevedering op de achterkant van de benen. Zware ondervacht in de winter.

Kleur
Eenkleurig wit. Ivoren, bleek oranje of citroengele tinten zijn toegestaan.

Schofthoogte
Reuen: 65-73 cm. Teven: 60-68 cm

Gewicht
Reuen: 35-45 kg. Teven: 30-40 kg.