Bloedhond 

 

Dit zeer oude grote jachthondenras, ook wel Chien de Saint-Hubert genoemd, werd vanaf de negende eeuw verbeterd door de monniken van het Saint-Hubert klooster in de Ardennen (Sint Hubertus is de patroonheilige van de jagers). Het ras werd daar tot 1790 gehandhaafd. Toen Willem de Veroveraar het in de elfde eeuw naar Engeland bracht, werd het de Bloodhound genoemd omdat het een hond van de aristocratie was, maar misschien ook omdat het ook werd gebruikt om mensen op te sporen. In Duitsland werd hij de Leithund genoemd. De Bloedhond is de beroemde voorvader van de huidige generatie speurhondenrassen, die min of meer dezelfde hoofdkenmerken hebben als hun voorouder. De Bloedhond werd door de Franse koningen tot Lodewijk IX in meutes gebruikt. In die tijd werd een witte Bloedhond gekruist met een Bracco Italiano, waaruit de Chien Blanc du Roy ont-stond. Dit ras verving de Bloedhond en vormde de grote meutes van de Franse koningen, van Frans I tot Lodewijk XIV.

Type hond
Lopende honden

Land van herkomst
België

Oorspronkelijke naam
Chien de Saint-Hubert

Andere naam
Bloedhond, Sint Hubertushond

Karakter
De Bloedhond werd eerst gebruikt bij de jacht op groot wild: wild zwijn en hert. Toen hij niet langer in meutes werd gebruikt, werd hij de speurhond bij uitstek, die de jacht leidde. Het is zijn uitstekend reukvermogen dat hem tot de allerbeste speur-hond maakt. Hij is moedig, volhardend, stoutmoedig, vastberaden en vol zelfvertrouwen. Hij is misschien niet erg snel, maar geen andere hond blijft zo koppig gefixeerd op zijn prooi. Hij is verstandig en gehoorzaam, en heeft een prachtige stem. Doordat hij aanhankelijk, rustig en erg vriendelijk is, is hij een goede gezelschapshond. Hij is gereserveerd tegenover vreemden, maar niet agressief, waardoor hij een uitstekende waakhond is. Hij heeft een vriendelijke maar consequente opvoeding nodig. Door hem ruw te behandelen kan hij vijandig worden, of zelfs gevaarlijk.

Verzorging
Ondanks zijn formaat kan hij zich aan het stadsleven aanpassen, maar hij heeft veel beweging nodig. Hij moet ook regelmatig worden geborsteld.

Gebruik
Jachthond. Gebruikshond: mensen opsporen (politiehond). Gezelschapshond. 

 

Hoofd
Niet breed, verder groot in alle dimensies. Zeer hoge, puntige schedel met zeer prominente achterhoofdsknobbel. Zeer gerimpelde huid op voorhoofd en wangen. Zeer lange en hangende lippen. Zeer lange en brede kaken.

Ogen
Relatief klein, donkerbruin. Hangende onderste oogleden, donkerrode bindvliezen tonend.

Oren
Laag aangezet, zeer lang, naar voren in dunne plooien hangend tegen de kaken.

Lichaam
Breed en lang. Lange, goed gespierde hals. Goed ontwikkelde keelhuid. Brede, diepe borstkas. Buiklijn enigszins opgetrokken. Brede, zeer sterke rug. Stevige lendenen.

Ledematen
Ronde voeten. Gespierde benen met stevige botten.

Staart
In een elegante curve boven de ruglijn gedragen, maar de rug niet rakend.

Vacht
Kort en vrij hard op het lichaam. Zacht en zijdeachtig op oren en schedel.

Kleur
Black-and-tan (meest gewaardeerd), vaalrood, bruin en tan. Zwarte aftekeningen moeten een zadel op de rug vormen, en voorkomen op de flanken, boven de hals en boven op het hoofd. Enig wit op borst, voeten en punt van staart toegestaan.

Schofthoogte
Reu: ongeveer 67 cm. Teef: ongeveer 60 cm.

Gewicht
40 tot 48 kg.