Border Terriër 

 
De Border Terriër draagt de naam van de Border streek, in het zuiden van Schotland, waar hij gefokt werd. Hij zou voortkomen uit het oude Bedlington type met inbreng van de Lakeland Terriër en de Dandie Dinmont Terriër. Zijn naam ontstond in 1880. Een gespecialiseerde club werd in 1920 opgericht. De Border Terriër werd bij de vossenjacht gebruikt. Daarnaast werd hij gebruikt om de Lopende honden meute te vergezellen.

Type hond
Grote en middelgrote Terriërs

Land van herkomst
Groot-Brittannië

Oorspronkelijke naam
Border Terriër

Andere naam
De Border

Karakter
De Border Terriër is rustiek. Hij heeft een enorm uithoudingsvermogen en is in staat een paard te volgen. Hij is moedig, sterk en heel levendig. Hij heeft een sterk maar vrolijk karakter, is zeer gehecht aan zijn baas en verzot op kinderen. De Border Terriër is vaak agressief tegenover soortgenoten. Een consequente opvoeding is nodig.

Verzorging
Hij past zich aan het leven in een appartement aan wanneer men hem lang en vaak uitlaat. Nu en dan borstelen is voldoende. Trimmen is niet nodig.

Gebruik
Jachthond. Gezelschapshond.

 

Hoofd
Moet op dat van een otter lijken. Matig brede schedel. Korte, stevige snuit.

Ogen
Donker.

Oren
Klein, V-vormig, naar voren tegen de wangen afhangend.

Lichaam
Hoog, smal, vrij lang. Matig lange hals. De ribben zijn goed naar de achterzijde van de thorax gebogen. Stevige lendenen. Mooi afgelijnde achterhand.

Ledematen
Niet te zware botten. Kleine voeten. Dikke zoolkussens.

Staart
Vrij kort, vrij dik aan de basis, naar de staartpunt versmallend. Vrolijk gedragen maar niet op de rug krullend.

Vacht
Stug, dicht. Dichte ondervacht.

Kleur
Rood, tarwekleurig, grauw en tan of blauw en tan.

Schofthoogte
Reuen: maximaal 40 cm. Teven: maximaal 36 cm.

Gewicht
Reuen: 5,9-7,1 kg. Teven: 5,1-6,4 kg.