Bouvier des Flandres 

 
De Bouvier des Flandres vindt zijn oorsprong in Vlaanderen, uit kruisingen van verschillende rassen met het doel een ideale hond voor de boerderij te creëren. Volgens sommigen werd deze hond door de Spanjaarden met hun invasie naar Vlaanderen geïmporteerd. Anderen denken dat hij het resultaat is van kruisingen van grote Barbets, Matiffs en Picardische Herders, of dat hij afstamt van de Beaucerons en de Griffons. Gedurende de Eerste Wereldoorlog was deze hond bijna verdwenen. Vlaamse fokkers hebben het ras weer opgebouwd met behulp van een paar overlevende exemplaren. In 1965 werd de standaard door de FCI vastgelegd.

Type hond
Bouviers

Land van herkomst
België, Frankrijk.

Oorspronkelijke naam
Vlaamse Koehond.

Andere naam
Bouvier des Flandres

Karakter
Deze rustieke, energieke en stoutmoedige hond is dominant en bindt zich aan slechts één baas. Hij is rustig, verstandig en standvastig. Hij is alert en gehoorzaam, hoewel hij wel nors kan zijn. Hij is actief en boordevol energie. Hij heeft een gedegen, consistente opvoeding nodig. Door zijn norse voorkomen werkt hij ontmoedigend op vreemden. Hij heeft altijd al op boerderijen gewerkt om koeien te hoeden en te leiden of als trekhond. Hij heeft zelfs geholpen als hulp bij het karnen, door het ronddraaien van een wiel. Door zijn uitstekende reukvermogen is hij geschikt als politiehond.

Verzorging
Minstens twee keer per week borstelen en drie of vier keer per jaar laten trimmen. Hij past zich slecht aan het leven op een appartement aan, en heeft veel plaats en beweging nodig.

Gebruik
Vee- en schapenhoeder. Politiehond (speuren, boodschapper). Waakhond. Gezelschapshond. 

 

Hoofd
Massief, goed gebeiteld, in verhouding met het lichaam. Stop niet erg duidelijk. Brede, krachtige, volle snuit, toelopend naar de neus. Vlakke, droge wangen. Geprononceerde wenkbrauwbogen.

Ogen
Middelgroot, enigszins ovaal. Donker.

Oren
Hoog aangezet, rechtopstaand. De natuurlijke oorstand is hangend

Lichaam
Kort en gedrongen. Sterke, gespierde hals. Korte en brede rug. Brede en diepe borstkas. Brede en gespierde lendenen. Korte flanken. Croupe vrijwel horizontaal.

Ledematen
Sterke, gespierde benen. Korte, ronde en stevige voeten. Tenen gesloten. Sterke, zwarte nagels.

Staart
Voorheen gecoupeerd tot drie of drie staartwervels (ongeveer 10 cm) en, in actie, vrolijk gedragen. In Nederland is couperen verboden. Sommige honden zijn bij de geboorte staartloos.

Vacht
Middellang (6 cm), ruig, droog, mat en warrig, maar niet wollig of gekruld. Korter op het hoofd. Volle snor en baard. Fijne, dichte ondervacht.

Kleur
Vaal grijs of grijs, meestal gestroomd of \zwart gevlamd. Zwart is toegestaan. Lichte vacht is niet toegestaan.

Schofthoogte
Reuen: 62-68 cm.Teven: 59-65 cm.

Gewicht
Reuen: 35-40 kg.Teven: 27-35 kg.