Cirneco dell'Etna 


Volgens sommige deskundigen werd de Cirneco dell’Etna door de Phoeniciërs naar Sicilië gebracht, en zou hij van de Pharaoh hond afstammen. De huidige opvatting echter is, dat de Cirneco dell’Etna een inheems ras is dat zijn oorsprong vindt al in de vierde eeuw v. Chr. bij de Siciliaanse vulkaan de Etna. Het ras lijkt veel op de hond die in bas-reliëf op Egyptische grafstenen is afgebeeld. De Cirneco dell’Etna werd gebruikt voor de jacht op konijn, fazant en patrijs op ruig terrein. De eerste rasstandaard werd in 1939 geschreven.

Type hond
Primitieve jachthonden

Land van herkomst
Itali (Sicilië)

Oorspronkelijke naam
Cirneco dell'Etna

Andere naam
Sicilian Greyhound, Cirneco

Karakter
Deze zeer rustieke, stoere, levendige, beweeglijke en krachtige hond heeft een sterke persoonlijkheid, maar een goed temperament. Hij is een aanhankelijke, opgewekte en vriendelijke gezelschapshond. De Cirneco dell'Etna is gereserveerd ten opzichte van vreemden, maar niet agressief; hij is een goede waakhond. Deze hond gebruikt vooral zijn gezichtsvermogen bij de jacht op konijnen. Met een consequente opvoeding moet al op jonge leeftijd begonnen worden.

Verzorging
De Cirneco dell'Etna past zich makkelijk aan het stads-leven aan. Hij heeft echter wel vaak beweging nodig. Borstel de hond regelmatig.

Gebruik
Jachthond. Waakhond. Gezelschapshond. 

 

Hoofd
Dolichocefaal lang. Vrijwel platte schedel. Duidelijke stop. Rechte neusbrug. Puntige snuit. Vlakke wangen. Fijne, dunne, strakke lippen.

Ogen
Klein, bijna amandelvormig. Okerkleurig (niet te donker), amberkleurig of grijs.

Oren
Hoog aangezet en dicht bij elkaar. Driehoekig met smalle puntige uiteinden. Rechtop staand en naar voren gericht.

Lichaam
Vierkante gebouwd. Bovenlijn hals goed gewelfd. Toelopende hals. Vrij smalle borstkas. Nauwelijks gewelfde ribben. Rechte rug. Droge, hellende croupe.

Ledematen
Compacte, gewelfde ovale voeten met bruine of rozeachtig okerkleurige nagels. Lange benen met lichte botten en goed gedefinieerde strakke spieren.

Staart
Laag aangezet. Vrij dik en lang. In rust als sabel gedragen, in actie naar de rug opbuigend.

Vacht
Stijf (als paardenhaar). Kort op het hoofd, oren en benen. Langer (3 cm) halflang-stokharig, glad en vlakliggend op lichaam en staart.

Kleur
Eenkleurig vosrood/bruingeel, licht of verdund (isabel- of zandkleurig). Geelbruin (fawn) met witte aftekeningen. Eenkleurig wit met oranje aftekeningen is toegestaan, maar niet gewenst.

Schofthoogte
Reu: 46 tot 50 cm. Teef: 42 tot 46 cm.

Gewicht
Reu: 10 tot 12 kg. Teef: 8 tot 10 kg.