- Informatie >
- Honden >
- Rassen >
- D >
- Duitse Dog
Duitse Dog
Deze grote Molosser stamt waarschijnlijk af van de Tibetaanse Molosser, die door de Feniciërs in Europa is geïntroduceerd en vervolgens door een Perzisch nomaden volk, de Alainen. In de Middeleeuwen onderscheidde men twee Molosser variëteiten: De 'vriendelijke Allanten' die in groepen jaagden (everzwijn, wolven, beren). Deze honden waren sterk, behendig en slank. De 'slagers Allanten', honden met een zwaarder voorkomen, meer gedrongen, die als waakhond werden gebruikt. De directe voorouders van de Duitse Dog zijn de oude Bullebijter (vandaag de dag uitgestorven) gekruist met grote jachthonden die afstamden van de “vriendelijke Allanten”. Later duidden de namen 'Dog van Ulm', 'Deense Dog', 'Württemberger' en 'Grote Dog' verschillende typen honden aan. In 1878 werden alle variëteiten verenigd onder de naam 'Duitse Dog'. De rasstandaard is rond 1890 in Duitsland vastgelegd.
Type hond
Molosser Dogtype
Land van herkomst
Duitsland
Oorspronkelijke naam
Deutsche Dogge
Andere naam
Duitse Dog, Deen, Grote Deen, Deense Dog, Great Dane, Dane
Karakter
De Duitse Dog staat bekend als de meest vredelievende Molosser. Een lieve, tedere, zachte, gevoelige, vriendelijke hond vooral met kinderen. Evenwichtig, rustig en blaft bijna nooit; hij wordt alleen agressief als de situatie hem ertoe dwingt. Waakzaam met een sterk eigendoms- en territoriumgevoel, hij blijft op afstand van vreemden en is wantrouwig. Onomkoopbaar, door zijn grootte een uiterst imponerende hond. Zijn opvoeding moet op jonge leeftijd beginnen, dient consequent maar geduldig te gebeuren.
Verzorging
Hij kan eventueel op een appartement wonen wanneer hij dagelijks voldoende beweging krijgt. Hij is sportief en heeft dus ruimte en beweging nodig. Zolang hij groeit mag men hem echter niet te zwaar belasten om gewrichts- en ligamentproblemen te vermijden. Zijn gemiddelde leeftijd is acht jaar, wat weinig is. Zijn vacht moet regelmatig geborsteld worden.
Gebruik
Waakhond. Gezelschapshond.
Hoofd
Fijngebeiteld. Lange, tamelijk smalle schedel, steeds vol uitdrukking, erg hoog gedragen. Duidelijke stop. De wenkbrauwbogen zijn goed ontwikkeld. Brede neusrug. Hoge, rechthoekige neus. Zwarte neus die lichter is bij de harlekijn.
Ogen
Middelgroot, rond, zo donker mogelijk. Bij de blauwe Doggen zijn blekere ogen toegestaan. Bij de Harlekijn Doggen zijn bleke ogen of verschillende oogkleuren toegestaan.
Oren
Hoog aangezet, natuurlijk afhangend. Indien gecoupeerd zijn ze tot een punt ingekort waardoor ze stijf rechtop staan.
Lichaam
Vierkant gebouwd. Lange, droge, goed gespierde hals met een mooi rond profiel. Vooruitstekende borst. Gewelfde ribben. Korte, bijna rechte rug. Brede licht gewelfde lendenen. Brede, licht afhellende croupe. Opgetrokken buiklijn.
Ledematen
Sterk, gespierd. Ronde voeten (kattenvoeten). Gewelfde en gesloten tenen.
Staart
Van gemiddelde lengte, reikt tot aan het spronggewricht. Hoog aangezet met een brede staartwortel. Slank en dun aan het uiteinde. Wanneer het dier actief is krult hij sabelvormig op.
Vacht
Zeer kort, dicht, glad en vlak aanliggend, glanzend.
Kleur
Gestroomd: licht of donker goudgele ondergrond met duidelijke dwarse zwarte strepen. Een zwart masker is gewenst. Fauve: licht of donker goudgeel. Een zwart masker is gewenst. Zwart: Lakzwart, witte aftekeningen zijn toegestaan. Blauw: zuiver staalblauw. Witte aftekeningen op de borst en aan de voeten zijn toegestaan. Harlekijn: zuiver witte ondergrond met lakzwarte vlekken met uitgerafelde randen, van verschillende afmetingen en mooi over het hele lichaam verdeeld.
Schofthoogte
Reuen: minimum 80 cm. Teven: minimum 72 cm.
Gewicht
50-70 kg.


