Engelse Bulldog 


Men vermoedt dat de Bulldog afstamt van de Molossers van Epirus, een oorlogshond, ingevoerd in Engeland door de Feniciërs. Zoals zijn naam aangeeft ('bull' is 'stier' in het Engels) werd hij gefokt voor de stierengevechten. Destijds werden ook hondengevechten georganiseerd. In 1835 werd deze gruwelijke praktijk verboden. In 1875 werd de eerste rasstandaard gepubliceerd.De latere selecties hebben van de Bulldog een gezelschapshond gemaakt.

Type hond
Dogtype Molosser

Land van herkomst
Groot-Brittannië

Oorspronkelijke naam
Bulldog

Andere naam
Engelse Bulldog

Karakter
Levendig, eigenzinnig, moedig met een evenwichtig karakter, betrouwbaar. Anders dan zijn uiterlijk doet denken is hij lief en rustig. Hij heeft een goed karakter en blaft weinig. Ideaal gezelschap voor kinderen en is zeer gehecht aan zijn bazen. Hij moet consequent opgevoed worden.

Verzorging
Hij past zich aan het leven in de stad aan indien hij regelmatig beweging krijgt. Hij kan warmte slecht verdragen. Hij moet dagelijks geborsteld worden en de huidplooien op de kop moeten regelmatig nagekeken worden om irritatie te vermijden.

Gebruik
Gezelschapshond. 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofd
Massief. Kort aangezicht. Brede schedel. Losse gerimpelde huid. Diepe stop. Korte, brede snuit met diepe huidplooien. Brede neusgaten. Dikke, afhangende lippen. Brede, vierkante kaken. De onderkaak is langer dan de bovenkaak en is opwaarts gericht.

Ogen
Moeten zo ver mogelijk uit elkaar staan. Zijn van een matige grootte, rond en zeer donker.

Oren
Liggen ver uit elkaar. Zijn hoog aangezet op de schedel, klein en fijn. Rozenoren (zodanig naar achteren gericht zodat de binnenzijde van de oorschelp en de uitwendige gehoorgang zichtbaar zijn).

Lichaam
Kort, goed gebouwd. Zeer forse hals met keelhuid. Brede, schuine schouders. Stevige, ronde borstkas. Gewelfde ribben. Roach-back (karperrug). De achterhand is hoog en stevig. De buik is opgetrokken.

Ledematen
Stevig, goed gespierd. De voorste ledematen staan ver uit elkaar. Ronde, compacte voeten. De voorvoeten zijn licht naar buiten gekeerd.

Staart
Laag aangezet, rond en matig lang. Laag gedragen, zonder opwaartse krul.

Vacht
Fijn, kort, glad en dicht

Kleur
Eenkleurig met of zonder masker of zwarte snuit. Uniforme kleuren: rood in verschillende variëteiten, fauve. Gestroomde vacht, wit of gevlekt (wit met de bovenvermelde kleuren). Leverkleurig, zwart en black-and-tan zijn niet toegestaan.

Schofthoogte
30-40 cm.

Gewicht
Reuen: 24-25 kg. Teven: 22-23 kg.