- Informatie >
- Honden >
- Rassen >
- E >
- Épagneul Breton
Épagneul Breton
De Épagneul Breton is één van de afstammelingen van de Chien d'Oysel, een ras dat in de Middeleeuwen werd getraind voor de jacht op vogels. Hij is het product van een oorspronkelijk toevallige kruising tussen boerderijhonden in Bretagne -kort, met brede rug, flink, en gebruikt voor de jacht op houtsnip- met Engelse Setters, Engelse Pointers en Engelse Springer Spaniels, die buiten het jachtseizoen door Brits jagers in Frankrijk waren gelaten om de reukzin en de snelheid van het nieuwe ras te verbeteren. De Épagneul Breton werd steeds populairder. Het ras werd door M. de Pontavic en Combouz in 1896 in Parijs gepresenteerd, en in 1907 werd in Londéac een rasclub opgericht. De eerste standaard werd in 1908 aangenomen en in 1938 herzien. De Épagneul Breton is de op één na populairste hond in Frankrijk, en het populairste Franse ras buiten Frankrijk. Hij is een van de meest voorkomende pointers in de Verenigde Staten.
Type hond
Continentale Pointers
Land van herkomst
Frankrijk
Oorspronkelijke naam
Épagneul Breton
Andere naam
Épagneul van Bretagne, Bretonse Spaniel
Karakter
Deze stoutmoedige, enthousiaste, onvermoeibare en strijdlustige hond kan op elk soort terrein jagen. "Maximale kwaliteit bij minimale afmetingen" zou het motto voor de rasclub van deze lichte hond kunnen zijn. Met zijn uitstekende reukzin kan hij snel een spoor volgen, vastberaden aangeven. Tevens is hij een uitstekend retriever van watervogels. Hij is een veelzijdig jager met een voorkeur voor houtsnip en watersnip. Hij is evenwichtig, rustig, intelligent en vriendelijk, en daardoor een uitstekende gezelschapshond. Hij heeft een zachtaardige opvoeding nodig.
Verzorging
Hij kan zich aanpassen aan een leven binnenshuis zolang hij maar lange dagelijkse wandelingen kan maken om stoom af te blazen. Hij moet een of twee keer per week worden geborsteld, en er moet regelmatig aandacht worden besteed aan zijn oren.
Gebruik
Jachthond. Gezelschapshond.
Hoofd
Rond. Ronde schedel.Geleidelijk hellende stop. Rechte neusbrug. Dunne lippen.
Ogen
Donker amberkleurig, in overeenstemming met kleur van de vacht.
Oren
Hoog aangezet, vrij kort, iets afgerond, bedekt met golvend haar.
Lichaam
Vierkante lichaamsbouw. Middellange hals. Diepe borstkas. Tamelijk gewelfde ribben. Korte, brede lendenen. Opgetrokken buiklijn. Korte rug. Iets hellende croupe.
Ledematen
Slanke, gespierde benen. Voeten met gesloten tenen.
Staart
Recht of hangend (tenzij het dier geen staart heeft). Altijd kort, ongeveer 10 cm. Vaak iets zijwaarts gedraaid met een pluim aan het eind.
Vacht
Niet te fijn, vrij vlak of een beetje golvend, nooit gekruld.
Kleur
Wit en oranje. Wit en bruin. Wit en zwart. Driekleurig (wit, zwart en tan) of schimmel (gekleurd haar gemengd met wit).
Schofthoogte
Reu: 48 tot 50 cm. Teef: 47 tot 49 cm.
Gewicht
Reu: 15 tot 18 kg. Teef: 14 tot 15 kg.


