Épagneul de Pont-Audemer 


De Épagneul de Pont-Audemer, die in de negentiende eeuw werd ontwikkeld, stamt waarschijnlijk af van een oud spanielras in Pont-Audemer in het Franse departement Eure, dat werd gekruist met de Ierse Waterspaniel. De Épagneul Picard en de Barbet hebben misschien een bijdrage aan het ras geleverd. De Épagneul de Pont-Audemer wordt sinds 1980 vertegenwoordigd door de Épagneul Picard Club. Het ras was in het begin van de twintigste eeuw al vrij zeldzaam, en het komt nu nog steeds weinig voor.

Type hond
Continentale Pointers

Land van herkomst
Frankrijk

Oorspronkelijke naam
Épagneul de Pont-Audemer

Andere naam
Geen

Karakter
De Épagneul de Pont-Audemer is stoer, flink en krachtig, en opmerkelijk goed bestand tegen kou en slecht weer. Als drijfhond schuwt hij geen struiken, maar in het water is hij pas echt in zijn element. Hij werd gefokt om op watervogels, o.a. eend, te jagen. Hij is bekwaam in het opsporen van velerlei soorten wild, hij is een vastberaden pointer en een perfecte retriever. Hij is aanhankelijk, vriendelijk met kinderen en zeer gehecht aan zijn baas, en daardoor is hij een aangenaam gezelschap. Hij heeft een consequente maar een niet te strenge opvoeding nodig.

Verzorging
Hij kan zich aan het stadsleven aanpassen, maar hij heeft wel veel beweging nodig. Hij moet ook wekelijks worden geborsteld.

Gebruik
Jachthond. Gezelschapshond. 

 

Hoofd
Slank. Ronde schedel met gekrulde kuif. Duidelijke achterhoofdsknobbel. Duidelijke stop. Lange neusbrug met een bolling in het midden. Dunne, niet erg over hangende lippen. Puntige, bruine neusspiegel.

Ogen
Vrij klein, donker amberkleurig of lichtbruin.

Oren
Vrij laag aangezet, vlak, matig dik, lang en met lang, zijdeachtig en sterk krullend haar bedekt dat overgaat in de kuif en ze moeten het gezicht omlijsten.

Lichaam
Goed geproportioneerd. Licht gewelfde, droge en goed gespierde hals. Diepe en brede borstkas. Lange, goed gewelfde ribben. Vrij korte, stevige, gewelfde en gespierde lendenen. Vlakke flanken. Buiklijn iets opgetrokken. Rechte of iets gewelfde rug. Zeer licht hellende croupe.

Ledematen
Sterke, gespierde benen. Grote ronde voeten met krullend haar tussen de tenen.

Staart
Vrij recht gedragen. In het land van herkomst vaak tot een derde gecoupeerd, dicht bedekt met krullend haar. In Nederland is couperen verboden. Indien niet gecoupeerd middellang en iets omhoog gebogen.

Vacht
Krullend en iets ruw. Zeer dicht.

Kleur
Kastanje bruin, bij voorkeur bruin en grijs gevlekt met licht bruingele accenten.

Schofthoogte
52 tot 58 cm.

Gewicht
Ongeveer 20 kg.