Fox Terriër Draadhaar 


Van de Fox Terriër, in Engeland sinds de zestiende de eeuw gekend, bestaan twee variëteiten: de gladharige, de oudste en de draadharige. Voorvaderen zijn de Teckel, de Beagle en oude Terriër rassen. Rond 1810 werd hij gefokt voor de jacht op vossen (vandaar zijn naam), everzwijnen en dassen. Een rasstandaard voor de twee variëteiten werd in 1876, door de Fox Terriër club, vastgelegd. Hij is de beroemdste Terriër in de hondenwereld geworden. De gladharige variëteit komt minder voor dan de draadharige.

Type hond
Grote en middelgrote Terriërs

Land van herkomst
Groot-Brittannië

Oorspronkelijke naam
Wire Fox-Terrier

Andere naam
Fox(je), 'Kuifje' hond, Foxterriër

Karakter
De Fox Terriër is een rustieke hond met een groot weerstandsvermogen. Hij is zeer energiek, snel, vol levenslust, kan niet stilzitten. Hij is onverschrokken, moedig, temperamentvol en eigenzinnig. Hij is vriendelijk met zijn baas en zacht met kinderen. Het is een goede waker, alert en een blaffer. De Fox Terriër is vaak agressief tegen soortgenoten en leeft moeilijk samen met andere diersoorten. Een consequente maar zachte opvoeding is nodig.

Verzorging
Hij past zich aan het leven in de stad aan maar hij heeft veel beweging nodig. Als hij dit niet krijgt wordt hij nerveus. Men mag hem niet opsluiten of vastbinden. Twee tot drie keer per week borstelen en twee tot drie maal per jaar getrimd worden.

Gebruik
Jachthond. Waakhond. Gezelschapshond. 

 

Hoofd
Lang. Vlakke schedel. Onduidelijke stop. De snuit versmalt naar de neus toe. Stevige kaken met ruige haren. Nooit volle kaken.

Ogen
Klein, rond en donker.

Oren
Klein, V-vormig. De oorschelp is geplooid en valt naar voren tot tegen de wang. Rechtopstaande oren moeten vermeden worden.

Lichaam
Gedrongen. Gespierde hals zonder keelhuid. Duidelijke schoft. Diepe borstkas. Matig gewelfde ribben. Korte, horizontale rug. Krachtige en gespierde lendenen. Rechte croupe.

Ledematen
Gespierd, stevige botten. Ronde, gesloten compacte voeten. Dikke zoolkussens.

Staart
Hoog aangezet, vrolijk rechtop gedragen, noch op de rug, noch opgekruld, stevig en met een goede lengte.

Vacht
Dicht, zeer stug aanvoelend, met een lengte van ongeveer 1,9 cm op de schouders en 3,8 cm op de schoft, de rug, de ribben en de achterhand. De haren op de kaken zijn ruig. Ondervacht korter en zachter.

Kleur
Wit domineert: volledig wit, wit met wildkleurige (tan), zwarte of zwart en wildkleurige (black-and-tan) aftekeningen. Gestroomde leikleurige, rode of leverkleurige vlekken zijn niet toegestaan.

Schofthoogte
Reuen: gelijk of minder dan 39,3 cm. Teven: iets minder groot dan de reu.

Gewicht
Reuen: ongeveer 8 kg. Teven: ongeveer 7 kg.