Foxhound 


De oorsprong van de Engelse Foxhound, het enige grote brakkenras uit Engeland, wordt betwist. Hij is waarschijnlijk in de vijftiende eeuw in Groot-Brittannië ontwikkeld voor de jacht op vos, vanuit Staghounds, speurhonden die op hert jaagden. Jagers wilden kleinere, snellere, meer volhardende honden, en gaven minder om stem of reukvermogen. De vossenjacht beleefde in Engeland zijn hoogtepunt in de eerste helft van de negentiende eeuw. De Foxhound was een favoriet van Napoleon III. In de zeventiende eeuw werd het ras in de Verenigde Staten gebruikt om de American Foxhound te fokken. Vanwege zijn botstructuur, kracht en uithoudingsvermogen werd de Foxhound ook in Frankrijk gebruikt om meutehonden voor de jacht op groot wild te ontwikkelen.

Type hond
Lopende honden

Land van herkomst
Groot-Brittannië

Oorspronkelijke naam
Foxhound

Andere naam
Engelse Foxhound

Karakter
Deze robuuste, moedige, onvermoeibare en snelle hond is vechtlustig en kan 6,5 km in 8 minuten afleggen. Hij kan een snelle galop urenlang volhouden. Omdat zijn neus en stem relatief zwak zijn, houdt hij altijd zijn prooi in het zicht. In Engeland is de jacht op vos zijn specialiteit, maar in Frankrijk jaagt hij op wild zwijn en hert. Hij is zeer behendig in water. Hij is niet echt een gezelschapshond. Hij heeft een vastberaden baas nodig, die hij als leider van de meute kan accepteren.

Verzorging
Voor meutehonden is een kennel het meest geschikt. Het binnenshuis leven is niet ideaal. De Foxhound houdt er niet van om alleen gelaten te worden of om niets te doen. Hij moet regelmatig worden geborsteld.

Gebruik
Jachthond. 

 

Hoofd
Goed ontwikkeld, met een brede schedel. Geringe stop. Snuit relatief lang.

Ogen
Rond, bruin.

Oren
Hoog aangezet. Middelgroot, breed en vlak hangend.

Lichaam
Gebouwd voor snelheid en uithoudingsvermogen. Lange, maar niet dikke hals. Schouders niet zwaar. Diepe borstkas en gewelfde ribben. Goed gespierde achterhand. Vrij lange lendenen. Brede rug.

Ledematen
Lange benen, met stevige botten. Ronde voeten met gesloten tenen.

Staart
Lang, iets naar binnen gebogen.

Vacht
Kort, dicht, hard en glanzend.

Kleur
Driekleurig: wit en geelbruin met een zwarte mantel. Tweekleurig: wit en oranjeachtig geelbruin.

Schofthoogte
Reu: 58 tot 64 cm. Teef: 53 tot 61 cm.

Gewicht
30 tot 35 kg.