Griffon Korthals 


De Griffon Korthals werd ontwikkeld door E. Korthals, een Nederlandse kennelmeester in het Duitse Groothertogdom Hesse. In 1860 besloot hij de oude draadharige Griffon door selectie, inteelt en kruisen weer tot leven te brengen. Hiertoe kruiste hij zijn eigen Franse en Duitse Griffons met pointers, spaniels en met de Barbet. In 1870 werd het nieuwe ras voor het eerst getoond, en de eerste standaard werd in 1887 geschreven. De Griffon Korthals wordt door de FCI als een Frans ras erkend, en is in Frankrijk ruim vertegenwoordigd.

Type hond
Continentale Pointers

Land van herkomst
Frankrijk

Oorspronkelijke naam
Korthals

Andere naam
Griffon Korthals, Korthals Griffon, Griffon

Karakter
De Griffon Korthals is krachtig, stoutmoedig en enthousiast, heeft een prima neus en kan een constante galop volhouden. Hij is een veelzijdige pointer voor elk wild, elk soort terrein (van struikgewas tot moerasland) en elk soort weer. Hij is een goed spoorzoeker, een vastberaden pointer en een goede retriever. Hij is perfect voor de jacht op houtsnip. Hij is rustig, vriendelijk en zeer aan zijn baas gehecht, en daardoor is hij een goede gezelschapshond. Hij heeft echter ook een sterke wil en is een beetje rusteloos. Hij heeft een consequente maar een niet te strenge opvoeding nodig.

Verzorging
De Griffon Korthals is niet geschikt voor het stadsleven. Hij houdt er niet van om alleen gelaten te worden of aangelijnd te worden. Hij heeft elke dag veel beweging nodig. Verder moet hij meerdere keren per week worden geborsteld en moet er geregeld aandacht worden besteed aan zijn oren.

Gebruik
Jachthond. Gezelschapshond. 

 

Hoofd
Groot en lang. Schedel niet te breed. Geen erg duidelijke stop. Licht gebogen neusbrug. Lange, vierkante snuit. Bruine neusspiegel. Opvallende snor en wenkbrauwen.

Ogen
Groot, rond, geel of bruin.

Oren
Middelgroot, vlak liggend en niet gekruld.

Lichaam
Lang. Vrij lange hals zonder keelhuid. Niet al te brede borstkas. Ribben enigszins gewelfd. Brede lendenen. Stevig rug.

Ledematen
Sterke benen. Ronde, gedrongen voeten met gesloten tenen.

Staart
Evenwijdig aan de grond gedragen. Ruig behaard, maar geen pluim. Indien gecoupeerd meestal met een derde of een vierde gecoupeerd. In Nederland is couperen verboden.

Vacht
Hard en ruw, net als varkenshaar. Borstelig, maar niet te lang. Nooit krullend of wollig. Fijne, dichte ondervacht.

Kleur
Bij voorkeur blauwgrijs, staalgrijs met bruine aftekeningen of eenkleurig bruin, vaak roodbruin of schimmel. Wit en bruin of wit en oranje zijn ook toegestaan.

Schofthoogte
Reu: 55 tot 60 cm. Teef: 50 tot 55 cm.

Gewicht
20 tot 25 kg.