Griffon Nivernais 


De Griffon Nivernais is één van de zeer oude hondenrassen die in de wolvenjacht werden gebruikt. Zijn voorouders zijn o.a. de Chien Gris de Saint Louis, Foxhounds en rassen uit Auvergne, Vendée en Bress. De huidige Griffon Nivernais werd in de Morvan en Nièvre ontwikkeld. In 1925 werd er een club voor dit ras opgericht. Na een kritieke periode heeft de Griffon Nivernais weer aan populatie gewonnen, en door zorgvuldige selectie worden de bouw, snelheid en karakter van het ras verbeterd.

Type hond
Lopende honden

Land van herkomst
Frankrijk

Oorspronkelijke naam
Griffon Nivernais

Andere naam


Karakter
Deze spoorvolger, die vroeger bij de jacht op wolf werd gebruikt, is nog steeds een flinke, onafhankelijke, enthousiaste jager. Hoewel het ras nu rustiger en sneller is, is hij nog steeds robuust. Zijn voortreffelijke neus en opmerkelijke stem verklaren ook waar-om hij zo populair is bij jagers. Hij kan aanhankelijk zijn en een goede gezelschapshond, maar hij heeft een vastberaden baas nodig.

Verzorging
De Griffon Nivernais is geen hond die in de stad kan leven. Hij voelt zich alleen buiten op het land thuis, waar hij veel beweging kan krijgen. Hij kan niet goed tegen warmte. Hij moet regelmatig geborsteld worden en er moet geregeld aandacht aan zijn oren worden besteed.

Gebruik
Jachthond. 

 

Hoofd
Benig, vrij lang, met lichte botten maar niet klein. Schedel vrijwel plat. Lichte stop. Rechte neusbrug. Wenkbrauwbogen geaccentueerd door behaarde wenkbrauwen. Baard op de kin. Prominente neusspiegel.

Ogen
Bij voorkeur donker.

Oren
Soepel, matig breed en lang, naar het eind toe licht gekruld.

Lichaam
Lang. Hals met vrij lichte botten, stevig, zonder keelhuid. Borst niet breed. Borstkas reikt tot elleboog. Buiklijn licht opgetrokken. Vlakke lendenen. Lange rug.

Ledematen
Stevige, gespierde benen. Enigszins lange voeten.

Staart
Niet erg lang, sabelvormig gedragen, meer behaard in het midden.

Vacht
Lange, dikke en dichte vacht. Vrij sterk en hard. Niet wollig of kroezend.

Kleur
Bij voorkeur wolfsgrijs of blauwgrijs, grijs als wild zwijn, bleekzwart, of peper en zoutkleurig, met tan aftekeningen op de wangen, boven de ogen, op binnenkant en onderkant benen, of geelbruin met een mengsel van zwarte en witte haren, waardoor een donkere zweem ontstaat.

Schofthoogte
Reu: 55 tot 60 cm. Teef: 53 tot 58 cm.

Gewicht
Ongeveer 25 kg.