Groenlandhond 


Dit poolras bevat ongetwijfeld noordelijk wolvenbloed. Dit zuivere ras dat zijn oorsprong in de poolstreken heeft, werd duizenden jaren lang door Eskimo's gefokt voor zijn kracht en energie. Paul-Emile Victor introduceerde het ras in de rest van de wereld in 1936. Hij bracht de honden die hij voor zijn poolexpedities had gebruikt mee.

Type hond
Sledehonden

Land van herkomst
Scandinavische landen

Oorspronkelijke naam
Grönlandshund

Andere naam
Groenlandhond, Eskimohond, Groenlandse hond

Karakter
Deze rustieke en buitengewoon krachtige hond heeft een uitstekend uithoudings-vermogen en is bestand tegen zelfs de laagste temperaturen. De Groenlandhond is intelligent, levendig, aanhankelijk en sociaal, waardoor hij heel geschikt is als gezelschapshond. Hoewel hij een goede waakhond is, is hij niet agressief. Dit ras toont zijn emoties door het maken van verschillende geluiden: piepen om onderwerping aan te geven, een rollend gegrom om agressie uit te drukken, blaffen om opwinding uit te drukken, en huilen om zijn eenheid met de groep aan te geven. De Groenlandhond is agressief tegenover andere honden. Een consequente opvoeding is noodzakelijk.

Verzorging
Deze hond is niet geschikt om binnenshuis te houden, en evenmin geschikt voor het leven in een warm klimaat. Deze sledehond heeft zeer veel beweging nodig. Het regelmatig borstelen van de Groenlandhond is nodig.

Gebruik
Jachthond (zeehonden en beren). Sledehond. Waakhond. Gezelschapshond. 

 

Hoofd
Wolfachtig. Brede, licht gewelfde schedel. Uitgesproken stop. Rechte, brede neusbrug. Wigvormige snuit. Neusspiegel moet in de zomer zwart zijn, maar mag in de winter vleeskleurig zijn. Dunne strakke lippen.

Ogen
Staan schuin in de schedel. Bij voorkeur donker van kleur.

Oren
Vrij klein, driehoekig, bij de toppen afgerond. Rechtop gedragen.

Lichaam
Sterk en gespierd. Zeer sterke, nogal korte hals. Zeer brede gespierde borstkas. Rechte rug. Croupe licht hellend.

Ledematen
Sterke, ronde, nogal brede voeten. Gespierde benen, met zware botten.

Staart
Dik en nogal kort. Hoog aangezet en gekruld over de rug gedragen.

Vacht
Dicht, recht, ruw. Kort op de kop en de benen, langer op het lichaam. Dik en lang aan de onderkant van de staart. Dichte, zachte ondervacht.

Kleur
Alle kleuren, enkel of meer-kleurig, zijn acceptabel, behalve albino's.

Schofthoogte
Reu: ten minste 60 cm. Teef: ten minste 55 cm.

Gewicht
Ongeveer 30 kg.