Grote Zwitserse Sennenhond
De voorouders van de Grote Zwitserse Sennenhond zijn de krachtige driekleurige honden, verspreid over heel Europa en aangeduid met de naam 'Slagers Mastin'. Ze werden gebruikt en gefokt voor het bewaken en het beschermen van eigendommen en kudden. Ze vergezelden, aan het einde van de Middeleeuwen, de Zwitserse Confederaties naar de gevechten. In 1908 werden twee 'kortharige Berner Sennenhonden' geëxposeerd. De hondenkenner A. Heim herkende in hen de overlevenden van de Grote Slagers Mastin of Grote Sennenhonden die met uitsterven bedreigd werden. In 1909 werd de Grote Zwitserse Sennenhond door de Zwitserse Kynologische Raad als een zelfstandig ras erkend. Andere exemplaren werden in het Kanton Bern teruggevonden. De Zwitserse Club van Grote Zwitserse Sennenhonden, opgericht in 1912, stelde een fokprogramma op. De rasstandaard werd door de F.C.I. in 1939 voor het eerst uitgegeven. De daden die deze honden tijdens de Tweede Wereldoorlog uitgevoerd hadden, trokken de aandacht van het publiek en zorgden voor zijn verspreiding in Europa.
Type hond
Berghonden en Zwitserse Sennenhonden
Land van herkomst
Zwitserland
Oorspronkelijke naam
Grosser Schweizer Sennenhund
Andere naam
Greater Swiss Mountain Dog
Karakter
De Grote Zwitserse Sennenhond is alert, waakzaam, rustig en makkelijk op te voeden. Hij heeft een uitzonderlijk uithoudingsvermogen. Het is een hond die voor meerdere doeleinden geschikt is. Hij hoedt de koeien, trekt lasten, bewaakt boerderijen en huizen en red mensenlevens bij lawines. Het is een trouwe, zachte hond, erg toegewijd aan kinderen.
Verzorging
Het is geen hond die graag in de stad leeft. Hij heeft veel ruimte en beweging nodig. De Grote Zwitserse Sennenhond dient regelmatig geborsteld te worden.
Gebruik
Hoeden van vee. Trekhond. Waakhond. Reddingshond. Gezelschapshond.
Hoofd
Krachtig zonder te zwaar te zijn. Brede, vlakke schedel. Onduidelijke stop. Krachtige snuit. Zwarte lippen.
Ogen
Van gemiddelde grootte, amandelvormig, hazelnoot tot kastanjebruin kleurig
Oren
Van gemiddelde grootte, driehoekig, vrij hoog aangezet. Afhangend en vlak tegen de kaken liggend.
Lichaam
Krachtig doch niet massief. Krachtige, gedrongen hals zonder keelhuid. Stevige, rechte rug. Brede en diepe borstkas. Brede sternale streek. Lange, brede croupe. Buik en flanken iets gewelfd.
Ledematen
Stevig. Sterke voeten. Gesloten en gewelfde tenen. Robuust.
Staart
Vrij zwaar, reikt tot aan het spronggewricht. Afhangend in rust.
Vacht
Halflang, dicht. Dichte donkergrijze of zwarte ondervacht.
Kleur
Zwart met bruinrode vlekken en symmetrische witte aftekeningen. De tan aftekeningen liggen tussen het zwart en de witte aftekeningen op de kaken, boven de ogen, aan de binnenzijde van de oorschelp, aan weerszijden van de keelvlek, aan de vier voeten en onder de staart. De witte aftekeningen zijn te vinden op de kop (ster), de neus (bles), de keel, de borst, aan de vier voeten en aan het uiteinde van de staart.
Schofthoogte
Reuen: 65-72 cm. Teven: 60-68 cm.
Gewicht
Reuen: ongeveer 40 kg. Teven: ongeveer 35 kg.


