Havanezer 


Dit ras, dat waarschijnlijk is ontstaan uit de Bolognezer, komt uit het westelijk Middellandse-Zeegebied en heeft zich ontwikkeld langs de Spaanse en Italiaanse kust. Sommigen denken dat deze honden werden ingevoerd in Cuba door Conquistadores (Spaanse veroveraars) of Italiaanse zeevaarders. Volgens anderen is hij eerst ingevoerd in Argentinië en van daaruit zou hij, na kruisingen met kleine Poedels, naar Cuba zijn gekomen. De hoofdkleur van deze honden is havanna (roodachtig tan) en daardoor is, geheel onterecht, de legende ontstaan dat het ras zou zijn ontstaan in Havana, hoofdstad van Cuba. De oude bloedlijnen van de Havanezer zijn uitgestorven. Sommige afstammelingen zijn van het eiland naar de Verenigde Staten gesmokkeld, waar hun nazaten tegenwoordig erg populair zijn.

Type hond
Leeuwhondjes en verwante rassen

Land van herkomst
Westelijk Middellandse, Zeegebied, Cuba

Oorspronkelijke naam
Bichon Havanais

Andere naam
Havanese zijdehond, Havanezer

Karakter
Gevoelig, zeer aanhankelijk, lief voor kinderen, kortom een charmant gezelschap. Alert waakzaam, dus een goede waakhond. Hij heeft een consequente opvoeding nodig.

Verzorging
Het is een echte huishond en hij heeft niet veel beweging nodig. Dagelijks borstelen en kammen is sterk aan te bevelen. Trimmen, knippen van de haren of epileren is niet toegestaan.

Gebruik
Gezelschapshond. 

 

Hoofd
Middellang. Platte, brede schedel. Matig aangeduide stop. Geleidelijk smaller wordende snuit. Fijne, droge, strakke lippen. Vlakke wangen.

Ogen
Vrij groot, amandelvormig, donkerbruin.

Oren
Hoog aangezet, langs de wangen vallend, met een onopvallende plooi. Bedekt met lange bevedering.

Lichaam
Tamelijk langgerekt. Middellange hals. Goed gewelfde ribben. Rechte rug. Hellend kruis. Opgetrokken buiklijn.

Ledematen
Kort, stevige botten. Kleine, compacte gesloten, ietwat langgerekte voeten.

Staart
Hoog gedragen, hetzij aan het uiteinde gebogen, hetzij bij voorkeur opgerold op de rug. Lange, zijdeachtige bevedering.

Vacht
Zeer lang (12 tot 18 cm), zacht, vlak of golvend, mogelijk gekrulde lokken vormend. Wollige ondervacht, nauwelijks ontwikkeld of totaal afwezig.

Kleur
Twee variëteiten: - zelden geheel zuiver wit, beige in verschillende nuances van lichtbeige tot havanna (bruin/rode tabakskleur): vlekken in deze vachtkleuren; een lichte zwarte gloed is toegestaan. - vachtkleuren en vlekken als hierboven omschreven (wit, lichtbeige tot havanna) met zwarte vlekken of effen zwart.

Schofthoogte
21 tot 29 cm.

Gewicht
Maximaal 6 kg.