Hovawart 

 
Zijn naam is afgeleid van het Duitse 'hofewart' (bewaker van het hof) die de traditionele bewaker aanduidde van de Duitse boerderijen in de dertiende eeuw. De Hovawart is dus reeds lang bekend in zijn land. Zijn verre voorouders zijn waarschijnlijk de Aziatische Doggen. Na verloop van tijd verloor het ras zijn populariteit. Pas in de jaren 20 werd het ras weer terug verkregen door kruisingen met onder andere Duitse Herders, Leonbergers en Newfoundlanders.Het ras werd in 1936 erkend en door de F.C.I. in 1964 als gebruikshond geregistreerd. Vandaag de dag komt de Hovawart vrij vaak voor in Duitsland en de Scandinavische landen.

Type hond
Molosser Bergtype

Land van herkomst
Duitsland

Oorspronkelijke naam
Hovawart

Andere naam
Geen

Karakter
De Hovawart heeft een groot weerstandsvermogen, is sterk, energiek, goede loper, goede springer, en zwemt graag. Deze hond heeft een uitstekend reukvermogen, is waakzaam maar nooit agressief zonder reden. Het is een hond die voor meerdere doeleinden geschikt is. Hij is rustig, evenwichtig, gehecht aan zijn baas en zacht met kinderen. Hij is makkelijk op te voeden, met zachte maar consequente hand. Hij heeft een zware stem, diep en helder maar hij blaft weinig. Hij is pas rond een leeftijd van twee jaar volwassen.

Verzorging
Hij past zich aan het leven in de stad aan maar men moet hem voldoende beweging en ruimte geven. Een wekelijkse borstelbeurt volstaat om de vacht te onderhouden.

Gebruik
Vee- en schapenhoeder. Gebruikshond: reddingshond (lawines), speurhond (drugs), blindengeleidehond. Waakhond. Gezelschapshond. 

 

Hoofd
Krachtig. Brede, gewelfde schedel. Duidelijke stop. Krachtige, lange snuit. Zwarte lippen.

Ogen
Ovaal, vrij donker tot donker kastanjebruin.

Oren
Driehoekig, afhangend tegen het hoofd.

Lichaam
Gespierd en slank. Sterke hals zonder keelhuid. Brede, diepe borstkas. Stevige, rechte rug. Lichtjes afhellende croupe.

Ledematen
Robuust, goed gespierd. Stevige, compacte en afgeronde voeten.

Staart
Lang, behaard, in rust afhangend tot onder het spronggewricht.

Vacht
Lang, licht golvend en glad aanliggend. Kort op de kop en de voorzijde van de ledematen. Geen scheidingen noch krullen. Weinig ondervacht.

Kleur
Licht fauve die op de ledematen en de buik nog bleker is. Zwart. Black-and-tan met fauve aftekeningen (wenkbrauwen, borst, ledematen, onder de staartbasis). Zwart en Black-and-tan zijn de meest voorkomende variëteiten. Bij de drie variëteiten is een kleine witte vlek op de borst en enkele schaarse witte haren op de staartpunt toegestaan.

Schofthoogte
Reuen: 63-70 cm. Teven: 58-65 cm.

Gewicht
25-40 kg.