- Informatie >
- Honden >
- Rassen >
- M >
- Mastin de los Pirineos
Mastin de los Pirineos
De Mastiin de los Pirineos is afkomstig van de zuidelijke Pyreneese berghellingen. Deze Spaanse hond mag niet verward worden met de Pyreneese Berghond, een Frans ras waarmee hij verwant is. Volgens sommigen is hij ontstaan uit een kruising tussen de Mastin Español en de Pyreneese Berghond. Eeuwenlang hoedde hij de rondtrekkende kudden. Het ras werd aan het einde van de negentiende eeuw erkend.
Type hond
Bergtype Molosser
Land van herkomst
Spanje
Oorspronkelijke naam
Perro MastÃn de los Pirineos
Andere naam
Mastin d'Aragon, Mastin del Pireneos, Pyreneese Mastiff
Karakter
De Mastàn de los Pirineos is vriendelijk, rustig en nobel. Maar tevens moedig en wantrouwend tegenover vreemden waarvoor hij nooit zal terugdeinzen. Het geblaf van deze hond is laag en diep. Hij is vriendelijk ten opzichte van soortgenoten. Een consequente opvoeding, waarmee op jonge leeftijd begonnen moet worden, is nodig
Verzorging
De Mastiin de los Pirineos is niet geschikt om in de stad te leven. Hij houdt er niet van om opgesloten te zijn. Borstel deze hond één of twee keer per week.
Gebruik
Vee- en schapenhoeder. Waak- en verdedigingshond. Gezelschapshond.
Hoofd
Groot en stevig. Brede en gewelfde schedel. Onduidelijke stop. Rechte snuit die iets nauwer wordt naar de grote neus toe.
Ogen
Klein, amandelvormig, hazelnootkleurig, bij voorkeur donker. Zwarte oogleden. Het onderste ooglid hangt licht af waardoor een klein deel van het bindvlies te zien is.
Oren
Van gemiddelde grootte, driehoekig, afhangend en vlak aanliggend, de kaken rakend.
Lichaam
Iets langer dan breed, zeer stevig en robuust. Hals goed gewelfd, dubbele keelhuid. Duidelijke schoft. Brede en diepe borstkas. Gewelfde ribben. Krachtige, gespierde rug. Brede, stevige en schuine croupe. Licht opgetrokken buik.
Ledematen
Gespierd. Rond (katten) voeten. Gesloten, gewelfde tenen.
Staart
Breed aan de basis, stevig, soepel, weelderig behaard met lange, zachte haren (pluim). In rust laag gedragen en reikt tot aan de spronggewrichten, het laatste derde deel is steeds opgekruld.
Vacht
Sluik, dicht, dik, halflang (6-9 cm). Niet wollig. Langer op de schouders, de hals en onder de buik en aan de achterzijde van de ledematen.
Kleur
Wit, altijd met een uitgesproken masker. Soms duidelijke vlekken in dezelfde kleur als het masker verspreid over het lichaam. De oren zijn altijd gekleurd. Driekleurige en effen witte dieren zijn niet gewenst. De staartpunt en de uiteinden van de ledematen zijn altijd wit. Het masker is goed te zien met de lichte haar-basis. De meest gewenste kleuren zijn: zuiver wit of sneeuwwit met vlekken in middengrijs, intens goudgeel; bruin, zwart, zilvergrijs, licht grijsbruin, zandkleur, gemarmerd.
Schofthoogte
Reuen: ten minste 77 cm. Teven: ten minste 72 cm.
Gewicht
55-70 kg.


