- Informatie >
- Honden >
- Rassen >
- M >
- Mastino Napoletano
Mastino Napoletano
De Mastino Napoletano stamt af van de Tibetaanse Mastiff en de grote Romeinse Molossers. Dit ras is beschreven door de landbouwkundige Columelle in de eerste eeuw. De Mastino Napoletano vocht met de Romeinse legioenen en werd verspreid over Europa gedurende de Romeinse invasies. Dit ras werd eveneens voor het circus gebruikt. Hij vormt de basis van een groot aantal Mastin rassen in andere Europese landen. De Mastino Napoletano heeft verschillende eeuwen overleefd o.a. door de inbreng van bloed van Spaanse Doggen. Sinds 1947 wordt hij teruggefokt.
Type hond
Dogtype Molosser
Land van herkomst
Italië
Oorspronkelijke naam
Mastino Napoletano
Andere naam
Napolitaanse Matin
Karakter
Rustig, loyaal en toegewijd. De Mastino Napoletano is zeer gehecht aan zijn baas en lief met kinderen. Moedig, dominant met soortgenoten en wantrouwig tegenover vreemden. Hij is niet zonder oorzaak agressief en zal niet zomaar bijten. Het uiterlijk van de Mastino Napoletano is erg imponerend en wanneer hij uitgedaagd wordt dwingt hij respect af. Hij vereist een zeer consequente opvoeding waarmee op jonge leeftijd begonnen moet worden. De Mastino Napoletano zou niet op de aanval getraind moeten worden omdat hij erg agressief en gevaarlijk zou kunnen worden.
Verzorging
Deze hond heeft veel ruimte en beweging nodig. Laat de Mastino Napoletano niet slapen op een harde ondergrond om de vorming van ligplekken aan de ellebogen en hielen te voorkomen. Het regelmatig borstelen van de hond is aan te raden. Kijk de huidplooien en de oogleden regelmatig na.
Gebruik
Waakhond. Politiehond. Gezelschapshond.
Hoofd
Kort, massief, indrukwekkend. Brede, vlakke schedel. Huid met rimpels en plooien. Duidelijke stop. Brede, hoge snuit. Krachtige kaken. Grote neus. Vlezige, dikke en ruime lippen.
Ogen
Wijd uit elkaar, rond, donkerder dan de vacht.
Oren
Klein, driehoekig, vlak aanliggend aan de kaken. Indien gecoupeerd: in een gelijkzijdige driehoek.
Lichaam
Massief. Langer dan hoog. Hals in de vorm van een afgeknotte kegel met een dubbelekeelhuid. Brede, weinig zichtbare schoft. Brede rug. Ruime borstkas. Goed gewelfde ribben. Brede, robuuste en afhellende croupe.
Ledematen
Robuuste botten. Ronde, volumineuze voeten. Dichte, gesloten tenen.
Staart
Dik en breed aan de basis iets dunner wordend naar het uiteinde toe. In rust, wordt hij, hangend gedragen, reikt hij tot aan het spronggewricht. Indien gecoupeerd: tot op 2/3 van de lengte.
Vacht
Kort, ruw, stug, dicht, glad (maximaal 1.5 cm)
Kleur
Gewenste kleuren: grijs, loodgrijs en zwart, bruin, fauve, donker fauve (reekleurig), met soms kleine witte vlekjes op de borst en aan de toppen van de tenen. Alle kleuren kunnen gestroomd zijn.
Schofthoogte
Reuen: 65-75 cm. Teven: 60-68 cm.
Gewicht
Reuen: 60-70 kg. Teven: 50-60 kg.


