- Informatie >
- Honden >
- Rassen >
- M >
- Mopshond
Mopshond
Dit zeer oude ras is waarschijnlijk afkomstig uit China en heeft dezelfde voorouders als de Tibetaanse Mastiff. Hij is in de zestiende eeuw via Nederland naar Europa gekomen. In de zeventiende eeuw werd in Engeland de mopshond verder ontwikkeld. De Engelsen ontwikkelden twee families: de Morisson-Mops met roodbruine vacht en de Willoughby-Mops met een zwart met lichtbruin gemengde vacht. Sinds 1866 zijn deze twee families samengevoegd. Vroeger werd hij gekruist met kleine spaniels, waaruit de tegenwoordig uitgestorven Alicante-hond ontstond. In de achttiende eeuw kwam hij naar Frankrijk, waar hij werd gehouden door Joséphine de Beauharnais (de eerste vrouw van Napoleon) en Marie-Antoinette. In Engeland wordt hij "Pug" genoemd vanwege zijn platte voorhoofd (pug-nose = stompe neus) en in Duitsland en Nederland heet hij "Mops". In Frankrijk wordt hij "Carlin" genoemd, naar de Italiaanse acteur Carlo Bertinazzi, "Carlino". Deze acteur droeg, in de achttiende eeuw, een zwart masker in de rol van harlekijn. Na een lichte terugval heeft de Mopshond met behulp van de hertog van Windsor weer bekendheid gekregen en wint hij weer aan populariteit.
Type hond
Kleine Molossers
Land van herkomst
Groot-Brittannië
Oorspronkelijke naam
Pug
Andere naam
Mopshond, Mops, Carlin
Karakter
De mopshond is aanhankelijk, gevoelig en zachtaardig. Deze kleine dog is een fijne gezelschapshond met een goed karakter. Hij kan echter ook wel eens moeilijk en lichtgeraakt zijn. Hij kan niet zo goed met kinderen omgaan. De onstuimige pup wordt kalm en bedaard wanneer hij eenmaal volwassen is. Hij blaft maar zelden. Het is geen waakhond, ondanks dat hij terughoudend is tegenover vreemden. Hij heeft een consequente opvoeding nodig die al op jonge leeftijd moet beginnen.
Verzorging
Hij past zich uitstekend aan het leven in een appartement aan. Hij is niet sportief en heeft voldoende aan korte wandelingen. Hij heeft er een hekel aan om alleen te zijn of van zijn baas te worden gescheiden. Hij kan niet tegen de hitte, want hij is net als alle andere kortschedelige honden erg gevoelig voor problemen met de luchtwegen. De voor stof gevoelige ogen en rimpels op het voorhoofd moeten regelmatig gecontroleerd worden. Twee tot drie keer per week borstelen is voldoende.
Gebruik
Gezelschapshond.
Hoofd
Stevig, rond. Schedel zonder voorhoofdsgroeve. Geprononceerde stop. Korte, stompe, vierkante snuit. Geen wipneus. Duidelijke rimpels. Lichte prognatie (ondervoorbijtend) van de onderkaak. Snijtanden van de onderkaak liggen praktisch op één lijn.
Ogen
Zeer groot, uitpuilend, donker gekleurd, glanzend.
Oren
Dun, klein, zacht aanvoelend. Twee vormen zijn toegestaan: - roosvormig: klein, afhangend, naar achter gevouwen, de externe gehoorgang bedekkend. - Knopvormig: naar voren vallend, met de punt tegen de schedel, de gehooropening bedekt (voorkeursvorm).
Lichaam
Compact, vierkante lichaamsbouw. Gedrongen. Licht gewelfde, stevige, dikke hals. Brede borst. Rechte rug.
Ledematen
Zeer stevig, middellang. Geen erg ronde of langgerekte voeten. Gesloten tenen.
Staart
Hoog aangezet, met een zo dicht mogelijke krul op de heup. Een dubbele krul is ideaal.
Vacht
Fijn, glad, zacht en glanzend, niet grof of wollig.
Kleur
Zilver, abrikoos, roodbruin of zwart. Elke kleur dient duidelijk aanwezig te zijn, zodat er een duidelijk contrast is tussen de kleur van de vacht, de aalstreep (zwarte streep van het achterhoof tot de staart) en het masker. De vlekken zijn duidelijk omlijnd. De snuit (het masker), de oren, de schoonheidsvlekjes op de wangen, de duimvlek of ruit op het voorhoofd en de aalstreep zijn zo zwart mogelijk.
Schofthoogte
Ongeveer 30 cm.
Gewicht
6,3 tot 8,1 kg.


