Mudi 


Dit ras is waarschijnlijk aan het einde van de 19e eeuw en in het begin van de 20e eeuw ontstaan. Men denkt dat de Mudi uit een kruising tussen de Puli en een soort Keeshond is ontstaan. De Mudi werd vaak voor het bewaken en hoeden van schapen en koeien gebruikt, en daarnaast ook voor de jacht op wilde zwijnen.

Type hond
Herdershonden

Land van herkomst
Hongarije

Oorspronkelijke naam
Mudi

Andere naam
Canis ovilis, Fenyesi-Anghi 1936

Karakter
Deze rustieke, stoere, levendige en krachtige hond is altijd alert, blaft snel en schijnt over een onuitputtelijke hoeveelheid energie te beschikken. De Mudi is gehoorzaam en aanhankelijk, maar hij hecht zich slechts aan één baas. Hij moet consequent opgevoed worden. Hij heeft een goede leider nodig die hem bezig kan houden. Hij heeft een neiging tot bijten. Hij is zeer geschikt om kudden (groot vee) en het woonhuis te bewaken. Door zijn scherpe reukvermogen is hij tevens geschikt voor de jacht op wilde zwijnen.

Verzorging
Hij heeft ruimte en beweging nodig. Hij moet iedere dag geborsteld worden.

Gebruik
Vee- en schapenhoeder. Jachthond (groot wild). Waakhond. Gezelschapshond. 

 

Hoofd
Lang, wigvormig. Licht gewelfde schedel. Rechte neusbrug. Puntige snuit.

Ogen
Ovaal, een beetje schuinstaand, donkerbruin.

Oren
Rechtop en puntig, in de vorm van een omgekeerde V.

Lichaam
Lang. Korte en rechte rug. Toplijn aflopend. Lange en diepe borstkas. Korte, hellende croupe.

Ledematen
Benen staan wat naar achteren. Ronde compacte voeten. Sterke, donkergrijze nagels. Hubertusklauwen zijn niet gewenst.

Staart
Kort of voorheen gecoupeerd tot op een lengte van twee of drie vingers.

Vacht
Kort, recht, glad op het hoofd en de voorkant van de benen. Langer (5 tot 7 cm), dik, golvend en glanzend op de rest van het lichaam.

Kleur
Zwart, wit gestroomd gevlekt, met middelgrote vlekken over het hele lichaam. De voeten hebben altijd dezelfde kleur als de overheersende vachtkleur.

Schofthoogte
35-47 cm.

Gewicht
8-13 kg.