Münsterlander groot 


Tot de voorouders van de Münsterlander behoren de langharige Duitse pointers, de Épagneul Français, de Engelse Setter en de Engelse Pointer. In het begin van de twintigste eeuw werden er twee variëteiten ontwikkeld rond Münster in Westfalen in Duitsland: - De Kleine Münsterlander (Kleiner Münsterlander Vorstehhund), de populairste variëteit, en - De Grote Münsterlander (Grosser Münsterlander Vorstehhund). De eerste standaard werd in 1936 geschreven. De Kleine Münsterlander verscheen eind jaren 60 van de 20e eeuw voor het eerst in Frankrijk. Een andere naam voor de kleine Münsterlander is Heidewachtel. De FCI erkend beide als verschillende rassen.

Type hond
Continentale Pointers

Land van herkomst
Duitsland

Oorspronkelijke naam
Münsterlander Vorstehhund

Andere naam
Grote Münsterlander, Münsterlander

Karakter
De levendige Münsterlander heeft een uitstekende reukzin en doet het in veld en bos net zo goed als in het water. Hij volgt het spoor vrij dicht bij zijn baas, wijst zeer vastberaden, en is een goede retriever. Hij jaagt op klein of groot wild, afhankelijk van de variëteit, en hij wordt soms in meutes gebruikt. Hij is een uitstekende gezelschapshond. Dit ras moet consequent worden opgevoed, vooral de Kleine Münsterlander.

Verzorging
Hij is niet erg geschikt voor een leven in een appartement. Hij heeft ruimte en veel beweging nodig. Hij moet twee keer per week worden geborsteld en er moet geregeld aandacht worden besteed aan zijn oren.

Gebruik
Jachthond. Gezelschapshond. 

 

Hoofd
Lang, droog en waardig. Schedel niet te breed. Geringe stop. Rechte neusbrug. Krachtige, lange snuit. Lippen niet hangend. Neusspiegel zwart.

Ogen
Zo donker mogelijk.

Oren
Vrij hoog aangezet, breed, afgerond aan de einden, dicht tegen de schedel hangend.

Lichaam
Vierkante omtrek. Krachtige, gespierde hals. Lange schoft. Brede, diepe borstkas.Korte flanken. Buiklijn iets opgetrokken. Korte, stevige en rechte rug. Lange, brede, goed gespierde en matig hellende croupe.

Ledematen
Zeer gespierde, krachtige benen. Voeten middellang met gesloten tenen (ronde voeten bij de Kleine Münsterlander).

Staart
Middellang, evenwijdig aan de grond gedragen.

Vacht
Lang, dicht en glad. Bevedering op achterkant van de benen, op oren en staart. Kort en zeer vlak liggend op het hoofd. Middellang, glad, dicht en iets golvend bij de Kleine Münsterlander.

Kleur
Wit met zwarte vlekken en stippen of grijze haren (zwartschimmel). Zwart op het hoofd, soms met een kleine witte vlek of bles.

Schofthoogte
Reu: 60 tot 65 cm. Teef: 58 tot 63 cm.

Gewicht
Ongeveer 30 kg.