- Informatie >
- Honden >
- Rassen >
- N >
- Noorse Elandhond
Noorse Elandhond
De Noorse elandhond, afkomstig uit Noorwegen, bestond al in de tijd van de Vikingen. Deze machtige jager valt zonder enige aarzeling groot wild aan (hert, eland, beer, wolf). Het ras werd voor het eerst getoond op een tentoonstelling in 1877 en erkend door de Kennel Club in 1901. Er zijn twee variëteiten: de grijze Noorse Elandhond en de zwarte Noorse Elandhond. De FCI erkent beide als een apart ras
Type hond
Arctische Jachthonden
Land van herkomst
Noorwegen
Oorspronkelijke naam
Norsk Elghund Grä, Norsk Elghund Sort
Andere naam
Noorse Elandhond Grijs, Noorse Elandhond Zwart, Noorse Elandhond
Karakter
Deze sportieve en moedige hond heeft een groot uithoudingsvermogen. Hoewel de Noorse Elandhond nogal onafhankelijk is, is hij erg vriendelijk en kalm. Hij is aanhankelijk en vriendelijk tegenover zijn eigenaar en zachtaardig voor kinderen, waardoor hij een uitstekende gezelschapshond is. Met zijn uitzonderlijke reukvermogen kan hij een eland op enkele kilometers afstand al ruiken. De Noorse Elandhond heeft een breed scala aan blafgeluiden om te communiceren. Deze zeer waakzame hond is een goede waakhond. Hij kan agressief zijn tegenover andere honden. Consequente maar rustige opvoeding is nodig.
Verzorging
De Noorse elandhond is niet geschikt voor het leven in de stad. Hij heeft veel ruimte nodig om te kunnen rennen en zijn energie kwijt te raken. Hij rent bij voorkeur in het bos. Dagelijks borstelen en kammen is nodig.
Gebruik
Vee- en schapenhoeder. Sledehond. Gebruikshond: Legerhond. Gezelschapshond.
Hoofd
Breed tussen de oren. Schedel vrijwel plat. Duidelijk stop. Rechte neusbrug. Matig lange snuit. Sterke kaken net (vast) gesloten lippen.
Ogen
Bruin, zo donker mogelijk.
Oren
Hoog aangezet. Stevig en rechtopstaand. Puntige uiteinden.
Lichaam
Kort en compact. Sterke, gespierde hals zonder keelhuid. Brede, diepe borstkas. Goed gewelfde ribben Buik klein beetje opgetrokken. Brede, rechte rug. Gespierde lendenen.
Ledematen
Ovale, compacte voeten met aaneengesloten tenen. Krachtige benen met stevige botten.
Staart
Hoog aangezet. Dik. Sterk gekruld over de rug gedragen.
Vacht
Ruw, dik, overvloedig. Kort op het hoofd en de voorkant van de benen. Langer op de borst, hals (kraag), achterkant van de benen en dijen. Lang op de extremiteiten. Wollige, lichtere ondervacht in grijze tinten. Zwarte exemplaren hebben een zwarte ondervacht.
Kleur
Grijze variëteit: nuances in grijs met zwarte uiteinden aan de langste haren; lichter op de borst, buik, benen en onder de staart. Zwarte variëteit: glanzend zwart. Een geringe hoeveelheid wit op de borst, voorbenen en voeten is toegestaan.
Schofthoogte
Grijze variëteit: Reu: ongeveer 52 cm. Teef: ongeveer 49 cm. Zwarte variëteit: Reu: 45 tot 50 cm. Teef: 42 tot 47 cm.
Gewicht
Grijze variëteit: ongeveer 25 kg. Zwarte variëteit: ongeveer 20 kg.


