- Informatie >
- Honden >
- Rassen >
- P >
- Perdigueiro Português
Perdigueiro Português
De oorsprong van de Perdigueiro Português is onbekend. Misschien komt hij uit het oosten, maar hij wordt nu als inheems in Portugal beschouwd. Pointers hebben op het Iberisch schiereiland vanaf de veertiende eeuw geleefd. De Perdigueiro Português is buiten Portugal niet erg bekend.
Type hond
Continentale Pointers
Land van herkomst
Portugal
Oorspronkelijke naam
Perdigueiro Português
Andere naam
Portugese Pointer, Portugese Patrijshond 
Karakter
Deze hond is vasthoudend, actief, wilskrachtig, levendig en snel, en hij heeft een zeer goede reukzin. Oorspronkelijk werd hij gebruikt bij de jacht op vogels (perdigueiro = "patrijs"), maar nu wordt hij voor vele doeleinden gebruikt, waarbij hij zich thuis voelt op elk soort terrein. Hij volgt met enthousiasme een spoor en apporteert zeer goed. Hij is rustig en erg aanhankelijk, waardoor hij een goede gezelschapshond is. Hij heeft een consequente opvoeding nodig.
Verzorging
Hij heeft ruimte en beweging nodig. Hij moet regelmatig worden geborsteld en zijn oren moeten geregeld worden gecontroleerd.
Gebruik
Jachthond. Gezelschapshond.

Hoofd
Vrij zwaar massief, met een zachte, dikke huid bedekt. Van voren gezien vierkant, recht in profiel. Licht gewelfde schedel. Duidelijke wenkbrauwbogen. Duidelijke stop. Rechte neusbrug. Hangende bovenlip.

Amendoa do Campo das Papoilas
Ogen
Groot, ovaal, in verschillende tinten bruin, bij voorkeur donker.
Oren
Middellang, dun, soepel, breed aan de basis en rond aan het eind. Vlak hangend.
Lichaam
Vierkante omtrek. Rechte, lange hals met weinig keelhuid. Diepe, brede borstkas. Korte, brede en goed gespierde lendenen. Korte, volle flanken. Korte, brede en rechte rug. Brede, licht hellende croupe.

Ledematen
Gespierde benen. Vrij ronde voeten met gesloten, stevige tenen.
Staart
Dik aan de basis, toelopend naar het eind. Tegen de dijen hangend. In actie evenwijdig aan de grond gedragen. Indien nog gecoupeerd dan een derde van de staart, maar moet de genitaliën bedekken. Ook in Portugal worden de staarten hoe langer hoe minder gecoupeerd.
Vacht
Kort, dik, zeer vlak tegen het lichaam liggend en niet erg zacht. Fijn en vlak liggend op hoofd en oren. Geen ondervacht.
Kleur
Geel of kastanjebruin, een-kleurig of met witte vlekken.
Schofthoogte
Reu: 52 tot 60 cm. Teef: 48 tot 56 cm.
Gewicht
Reu: 20 tot 27 kg. Teef: 16 tot 22 kg.


