- Informatie >
- Honden >
- Rassen >
- P >
- Podenco Ibicenco
Podenco Ibicenco
De Podenco Ibicenco is afkomstig van de eilanden Mallorca, Minorca, Ibiza en Formentera. Hij stamt af van de Pharaoh honden en werd waarschijnlijk door de Phoeniciërs, de Carthagers en uiteindelijk de Romeinen naar de eilanden gebracht. Als één van de oudste bekende rassen is de Podenco Ibicenco een zeer primitieve, krachtige hond. Hij werd een tijdlang de Franse Jachthond genoemd, omdat hij in de negentiende eeuw algemeen voorkwam in Frankrijk, in de Languedoc, Roussilon en de Provence. Hij werd zeer zeldzaam rond 1880 doordat het gebruik voor de jacht op haas werd verboden.
Type hond
Primitieve jachthonden
Land van herkomst
Spanje
Oorspronkelijke naam
Podenco Ibicenco, Ca Eivissence
Andere naam
Malloqui, Xarnelo, Majorquin, Charnequi Charneque; Hond van de Balearen
Karakter
Deze onvermoeibare, snelle en zeer behendige hond is een uitstekende springer. Hij gebruikt zijn voortreffelijke reukvermogen om patrijs op te sporen, en zijn scherp gezichtsvermogen om konijn, haas en groot wild te vinden. Hij is een goede retriever. De Podenco Ibicenco vormt een hechte band met zijn baas, maar hij is eigenzinnig van karakter. Hij is wantrouwend ten opzichte van vreemden en agressief tegenover andere honden. Consequente opvoeding is nodig.
Verzorging
Deze hond kan beter niet binnenshuis worden gehouden. Hij heeft veel beweging en ruimte om te rennen nodig. Regelmatig borstelen is aan te bevelen.
Gebruik
Jachthond. Gezelschapshond.
Hoofd
Lang, smal, zeer droog. Lange, vlakke schedel. Smal voorhoofd. Geen uitgesproken stop. Lange, smalle, iets gebogen snuit. Neusspiegel vleeskleurig.
Ogen
Klein, schuin in de schedel geplaatst. Helder amberkleurig (karamelkleurig).
Oren
Middelgroot. Dun. Zeer beweeglijk en altijd rechtop staand. Naar voren of omhoog gericht.
Lichaam
Iets langer dan hoog. Zeer droge, gespierde, licht gebogen hals. Schouderbladen naar achteren geplaatst. Diepe, smalle, lange borstkas. Vlakke ribben. Gewelfde, krachtige lendenen. Buiklijn opgetrokken. Lange, rechte, flexibele rug.
Ledematen
Lange, droge benen. Lange, compacte gesloten hazenvoeten. Nagels zijn gewoonlijk wit.
Staart
Laag aangezet, loopt toe naar de punt. In een boog gedragen.
Vacht
Glad, hard, lang. Drie variëteiten. Korthaar: glad, vrij hard, niet zijdeachtig. Ruwhaar: hard, grof, dik en kort op het hoofd. Baard is gewenst. Langhaar: het langste haar is het zachtst, zeer overvloedig op het hoofd en minstens 5 cm lang.
Kleur
Bij voorkeur wit en rood, of éénkleurig wit of rood. Geelbruin is bij de korthaar alleen toegestaan als de hond een uitzonderlijk exemplaar is.
Schofthoogte
Reu: 66 tot 72 cm. Teef: 60 tot 67 cm.
Gewicht
Reu: ongeveer 23 kg. Teef: ongeveer 19 kg.


