Pumi 


Dit ras is in de loop van de 17e en 18e eeuw ontstaan uit kruisingen van Puli's met herdershonden met rechtop staande oren, die uit Frankrijk en Duitsland geïmporteerd waren. Lange tijd werden de Puli en de Pumi niet als twee verschillende rassen gezien. Pas in 1920 werden de Pumi's als een apart ras erkend en werd de standaard vastgelegd.

Type hond
Herdershonden

Land van herkomst
Hongarije

Oorspronkelijke naam
Pumi

Andere naam
Geen

Karakter
Deze temperamentvolle, energieke hond is opvallend onverschrokken. Hij is wantrouwend tegenover vreemden, en blaft bij elk onbekend geluid. Hij is zeer gericht op zijn baas. Hij heeft een goede reukzin.

Verzorging
Regelmatig borstelen is nodig. Hij heeft ruimte en voldoende beweging nodig.

Gebruik
Vee- en schapenhoeder. Jachthond, vangt ongedierte (knaagdieren). Waakhond. Gezelschapshond. 

 

 

 

 

 

 

Hoofd
Lang met een lange neusbrug. Gewelfd voorhoofd. Onduidelijke stop. Rechte snuit. Lange en spitse snuit.

Ogen
Enigszins schuin geplaatst. Donkerbruin.

Oren
Hoog aangezet, rechtop staand, V-vorm, met hangende punten. Middelgroot, in verhouding met de schedel.

Lichaam
Middelgroot, sterk. Goed ontwikkelde schoft. Korte rug. Relatief platte ribben. Brede, diepe en lange borstkas. Aflopende ruglijn. Korte, licht hellende croupe.

Ledematen
Ronde en gesloten voeten. Hubertusklauwen zijn niet gewenst. Harde, donkergrijze nagels.

Staart
Hoog aangezet, over de rug gekruld gedragen. Aangeboren korte staart of voorheen gecoupeerde staart.

Vacht
Middellang, met ondervacht. Gekruld, ringetjes vormend, maar niet in koorden. Nooit vervilt. Kort haar op de benen.

Kleur
Eenkleurig heeft de voorkeur. Alle schakeringen van grijs (zilver, donker). Zwart, bruin, rossig, wit. Niet gestroomd.

Schofthoogte
35-44 cm.

Gewicht
8-13 kg.