- Informatie >
- Honden >
- Rassen >
- R >
- Rhodesian Ridgeback
Rhodesian Ridgeback
Deze Zuid-Afrikaanse hond dankt zijn naamaan de strook naar voren groeiend haar ("ridge") op zijn rug. Hij stamt waarschijnlijk af van een hond die ooit door de Hottentotten werd gebruikt, en die werd gekruist met honden die in de zevende eeuw door de eerste kolonisten uit Europa werden geïmporteerd, in het bijzonder mastiffs en de Bloedhond. De Rhodesian Ridgeback werd door de Boeren ontwikkeld en de standaard voor dit ras werd in 1922 in het voormalige Rhodesië opgesteld. Hij wordt zeer gewaardeerd in de Verenigde Staten en Canada, waar hij wordt gebruikt voor de berenjacht.
Type hond
Verwante rassen
Land van herkomst
Zuid-Afrika
Oorspronkelijke naam
Rhodesian Ridgeback
Andere naam
African Lion Hound, Lion-dog
Karakter
Deze flinke, solide, zeer snelle en moedige hond heeft een groot uithoudingsvermogen en een scherpe neus, waarmee hij op wilde dieren (zoals leeuw) jaagt. In een meute kan hij grote katachtigen neerhalen. Hij is onvriendelijk ten opzichte van vreemden, waardoor hij een betrouwbare en effectieve waakhond is. Hij is dominant tegenover andere honden. Hij is rustig, blaft zelden en kan een aanhankelijk gezelschap zijn. Hij heeft een zeer consequente opvoeding nodig.
Verzorging
Hij is niet geschikt voor het leven in de stad. Hij heeft veel beweging nodig. Hij kan goed tegen warmte en koude. Hij moet twee keer per week worden geborsteld.
Gebruik
Jachthond. Waakhond, politiehond. Gezelschapshond.
Hoofd
Vrij lang. Vlakke en vrij brede schedel. Duidelijke stop. Lange, krachtige snuit. Sterke kaken. Goed gesloten lippen. Neusspiegel zwart of bruin, afhankelijk van de kleur van de vacht.
Ogen
Rond, in overeenstemming met kleur van de vacht.
Oren
Vrij hoog aangezet, middelgroot met afgeronde einden, dicht tegen het hoofd gedragen.
Lichaam
Krachtig. Sterke hals zonder keelhuid. Diepe, ruime en niet al te brede borstkas. Enigszins gewelfde ribben. Sterke, gespierde lendenen. Krachtige rug.
Ledematen
Stevige benen met stevige botten. Compacte voeten met goed gewelfde tenen.
Staart
Dik aan de basis, toelopend naar het eind. Licht opwaarts gekromd gedragen.
Vacht
Kort, dicht, glad, niet wollig en niet zijdeachtig. Een ridge op de rug, vanaf de schouders tot de heupen, gevormd door haar dat in tegengestelde richting groeit ten opzichte van de rest van de vacht.
Kleur
Bleek tarwekleurig tot rood-achtig bruin. Hoofd, romp, benen en staart moeten dezelfde kleur hebben. Kleine witte aftekeningen op borst en tenen zijn toegestaan.
Schofthoogte
Reu: 64 tot 69 cm. Teef: 61 tot 66 cm.
Gewicht
Ongeveer 35 kg.


