Spaanse Waterhond 


Hij zou dezelfde voorouders hebben als de oude Barbet. Op het Iberische schiereiland komt hij al eeuwenlang voor. Hij wordt vooral veel gehouden in Andalusië, waar hij wordt gebruikt als herdershond. Hij staat ook bekend onder de naam "Turkse hond".

Type hond
Waterhonden

Land van herkomst
Spanje

Oorspronkelijke naam
Perro de Agua Espagñol

Andere naam
Turkse hond, Spaanse Waterhond

Karakter
Hij is robuust en moedig en heeft een goed ontwikkelde reukzin, waardoor hij zeer geschikt is voor de jacht op waterwild en de visserij. Hij is vrolijk, evenwichtig, een plezierig gezelschap.

Verzorging
Hij heeft ruime en beweging nodig. Hij mag nooit geborsteld worden, omdat anders de structuur van deze vacht aangetast wordt.

Gebruik
Jachthond. Vee- en schapenhoeder. Gezelschapshond. 

 

 

 

 

 

 

Hoofd
Krachtig. Platte schedel. Weinig gemarkeerde stop. Kleur van de neusspiegel in overeenstemming met de kleur van de vacht.

Ogen
Licht schuin geplaatst, hazelnoot- tot kastanjebruin.

Oren
Driehoekig en afhangend.

Lichaam
Robuust. Korte, goed gespierde hals, zonder keelhuid. Weinig gemarkeerde schoft. Brede, diepe borst. Goed gewelfde ribben. Recht, sterke rug. Licht hellende croupe. Licht opgetrokken buiklijn.

Ledematen
Stevig. Ronde voeten. Compacte, gesloten tenen.

Staart
Werd gecoupeerd ter hoogte van de tweede tot de vierde staartwervel, couperen is in Nederland verboden. Sommige exemplaren hebben een aangeboren korte staart.

Vacht
Altijd gekruld, wollig. De korte vacht is golvend of gekruld, de lange vacht heeft lange draden.

Kleur
Effen: wit, zwart en kastanjebruin in verschillende nuances. Tweekleurige vacht: wit en zwart of wit en kastanjebruin in verschillende nuances (gespikkeld).

Schofthoogte
Reu: 40 tot 50 cm. Teef: 38 tot 45 cm.

Gewicht
Reu: 16 tot 20 kg. Teef: 12 tot 16 kg.