Thai Ridgeback 


Dit ras, dat in Thailand werd ontwikkeld, wordt in het oosten van Thailand voornamelijk voor de jacht gebruikt. Hij wordt ook gebruikt om karren en wagens te begeleiden. De Thai Ridgeback wordt eveneens als waakhond ingezet. Omdat hij nooit met andere rassen is gekruist, wijkt hij niet af van het oorspronkelijke type. Het ras werd in 1993 door de FCI erkend.

Type hond
Primitieve jachthonden met een ridge

Land van herkomst
Thailand

Oorspronkelijke naam
Thai Ridgeback Dog

Andere naam
Thai Ridgeback

Karakter
Deze stoere, actieve en krachtige hond is een uitstekend springer en een goede waakhond. Een consequente opvoeding in van essentieel belang.

Verzorging
De Thai Ridgeback heeft beweging nodig, en ruimte om te kunnen rennen. Regelmatig borstelen is nodig.

Gebruik
Jachthond. Waakhond. 

 

 

 

 

 

 

Hoofd
Vrij grote, platte schedel. Matige stop. Rechte lange neusbrug. Wigvormige snuit. Sterke kaken. Zwarte vlek op de tong. Strakke lippen.

Ogen
Middelgroot. Amandelvormig. Donkerbruin; amber-kleurig als de vacht blauw of zilverkleurig is.

Oren
Vrij groot. Driehoekig. Rechtop en naar voren hellend gedragen.

Lichaam
Lang. Diepe borstkas. Stevige rug. Brede, sterke lendenen. Enigszins ronde croupe. Opgetrokkenbuiklijn.

Ledematen
Stevig, met veel bot. Nagels zwart, of iets lichter.

Staart
Dik aan de basis en toelopend naar de punt. Verticaal of omhoog gebogen sikkelvormig gedragen.

Vacht
Kort en glad. Een richel, de "ridge", wordt op de rug gevormd door haar dat in tegengestelde richting ten opzichte van de rest van de vacht groeit.

Kleur
Kastanjerood, lichtkleurig, éénkleurig zwart, zilver en blauw. De geelbruine versie heeft een zwart masker.

Schofthoogte
Reu: 56 tot 61 cm. Teef: 51 tot 56 cm.

Gewicht
Ongeveer 30 kg.