- Informatie >
- Honden >
- Rassen >
- T >
- Tiroler Brak
Tiroler Brak
De Tiroler Brak stamt af van Keltische jachthonden. Keizer Maximiliaan I gebruikte hem al in 1500 in Tirol. De eerste standaard werd in 1896 vastgelegd en het ras werd in 1908 officieel erkend.
Type hond
Lopende honden
Land van herkomst
Oostenrijk
Oorspronkelijke naam
Tiroler Bracke
Andere naam
Tiroler Brak, Oostenrijkse Brak
Karakter
Deze veelzijdige hond jaagt op haas en vos, en wordt ook als speurhond gebruikt. Hij is geschikt voor de jacht in het bos of in de bergen. Hij heeft een zeer scherpe neus, een goede stem en een evenwichtig temperament. Hij is een aanhankelijk gezelschap.
Verzorging
De Tiroler Brak heeft ruimte en beweging nodig. Hij moet regelmatig worden geborsteld.
Gebruik
Jachthond.
Hoofd
Breed. Brede, iets gewelfde schedel. Duidelijke stop. Rechte snuit. Korte lippen.
Ogen
Rond, donkerbruin.
Oren
Hoog aangezet, breed, afgerond aan het eind.
Lichaam
Iets langer dan hoog. Stevige nek zonder keelhuid. Geprononceerde schoft. Goed gewelfde, diepe en middelbrede borstkas. Licht opgetrokken buiklijn. Brede, lange en enigszins hellende croupe. Stevige, rechte rug.
Ledematen
Goed gespierde benen. Grote voeten met gesloten tenen.
Staart
Hoog aangezet, lang. In actie hoog gedragen. Een staart met lang en dicht haar wordt gewaardeerd.
Vacht
Vrij dik, vlak tegen het lichaam liggend. Glad- of ruwharig. Duidelijke broek op de dijen. Ondervacht.
Kleur
Fawn of black-and-tan, driekleurig. Geelrood of black-and-tan (zwarte mantel) variëteiten hebben goed gedefinieerde roodachtig-tan aftekeningen op de benen, borst, buik en hoofd. Beide variëteiten mogen witte aftekeningen hebben (kraag, borst, benen en voeten).
Schofthoogte
Reu: 44 tot 50 cm. Teef: 42 tot 48 cm. Kortbenige variant (Niederbracke): 30-39 cm.
Gewicht
Ongeveer 20 kg.


