West-Siberische Laika


De Laika hoort tot de oertype honden (kees en poolhonden groep 5). De naam Laika is eigenlijk geen rasaanduiding, maar komt van het Russische woord 'lajatj', wat blaffen betekend. Dit staat synoniem voor hond; de Laika is dan ook de meest voorkomende inheemse hond in Rusland. Sinds mensenheugnis is de Laika een hond die met de mens samenleeft en samenwerkt als trekker, jager, hoeder en drijver. Door verschil in gebruik en verschil in geografische oorsprong, zijn er vele typen Laiki ontstaan die onderling van karakter, werkeigenschappen en uiterlijk verschillen. Er zijn drie variëteiten erkend door de FCI. De Russisch-Europese Laika, reu: 52 tot 58 cm, teef: 50 tot 56 cm is de kleinste van de drie, meestal zwart/wit van kleur, maar andere kleuren komen ook voor. Hij lijkt op de karelische berenhond, maar is iets fijnder van bouw, een vrij felle jachthond pur sang. De Oost Siberische Laika, :reu: 55 tot 63 cm, teef: 53 tot 61 cm. Is de grootste van de drie, vaak donker van kleur, maar kan tot aan wit toe zijn. Hij wordt veel gebruikt voor de jacht op groot wild. De West Siberische laika is ontstaan uit verschillende typen waaronder oa de krachtige Chanteischkische laika en de lichter gebouwde Mansijskische laika. Hij wordt voor verschillende taken ingezet en alle kleuren zijn toegestaan (ticking ziet men niet graag). Hij is de meest voorkomende, ook in Nederland. Zijn beschrijving:

 

Land van herkomst
Rusland /siberie

Oorspronkelijke naam
Zapadno Sibirskaja Laika

Andere naam
West Siberische Laika, West Siberian Laika, Westsibirischer Laika, Laika Siberie Occidental

 

Karakter
De West Siberische Laika is de allrounder onder de Laiki het manusje van alles. Hier heeft hij zijn grote verspreiding aan te danken en is het niet alleen in Rusland, maar ook daarbuiten het meest voorkomende Laika-type. De West Siberische laika is een elegante beweeglijke hond. Alle kleuren en aftekeningen zijn toegestaan.  Hij mag niet angstig zijn, mag niet weglopen en moet mensvriendelijk zijn. Meer dan bij de andere typen, komt men hem, mede door zijn prettige karakter, ook in land van oorsprong, tegen als gewaardeerde gezelschapshond.

 

Verzorging
Deze hond is niet geschikt voor twee fulltime uithuis werkende mensen en niet geschikt als kennelhond. Hij moet opgenomen worden in het gezinsleven. Hij houdt van een actief buitenleven,  heeft veel beweging nodig en is in huis heel rustig. Zijn vacht verhaart sterk twee maal jaarlijks en moet alleen in de ruiperiode geborsteld worden, daarbuiten niet. Het haar neemt geen vuil op klit niet en stinkt niet. Hij is geen eenmanshond, is mensvriendelijk en goed in de omgang met kinderen. Hij leert heel makkelijk maar heeft door zijn natuurlijk instinct een zachte doch consequente opvoeding nodig.

 

Gebruik
Jachthond. Sledehond. Waakhond, speurhond, rodekruishond, Gezelschapshond.

 

Hoofd
Niet zwaar. Schedel heeft de vorm van een gelijkzijdige driehoek. Geen duidelijke stop. Gladde snuit. Strakke lippen, schaargebit.

West-Siberische Laika


Ogen
Niet groot. Ovaal. Schuin in de schedel geplaatst. Donker.

Oren
Driehoekig, rechtop gedragen. Beweeglijk. Puntige uiteinden.

Lichaam

Sterk. Geprononceerde schoft. Volle, diepe borstkas. Brede, licht hellende croupe. Licht opgetrokken buiklijn. Korte, licht hellende lendenen. Stevige, gespierde rug.

West-Siberische Laika
Ledematen
Sterke benen met stevige botten. Licht gebogen middenvoet. Ovale, gesloten en compacte voeten.

Staart
Liefst vast gekruld of In een boog of gekruld gedragen over de rug of de achterkant van de dijen.


Vacht
Dubbele vacht met hard rechtuitstaand bovenhaar en dichte onderwol, kort op de snuit, oren en de poten, een rijke dichte halskraag, broek, staart en de zg typische bakkebaarden

Schofthoogte

Reu: 54 tot 60 cm, Teef: 52 tot 58 cm

Gewicht
ong. 15 tot max. 30 kg