Aangeboren eigenschappen
Via hun stamvader hebben honden nogal wat aangeboren eigenschappen meegekregen. Sommige van die kenmerken zijn gunstig, andere bepaald lastig, de meeste hebben zowel voor- als nadelen. Als u zich daar vanaf het begin goed van bewust bent, kun u deze eigenschappen bij een pup of nieuwe hond gelijk in goede banen leiden.
Alle honden bezitten de onderstaande eigenschappen.
Honden zijn sociale dieren:
- Ze zijn gevoelig voor aandacht, aanhalen en spelen.
- Ze zijn niet graag alleen, dit moeten ze echt leren.
- Ze communiceren grotendeels via lichaamstaal. Mensentaal zullen ze, op een paar klanken na, nooit leren.
- Ze hebben een bepaalde rangorde in hun roedel. Evenwichtige leiders zijn waardige, kalme dieren die zorgen voor veiligheid en rust binnen de roedel. Zij zijn ranghoogste door het respect dat andere roedelleden hen betonen, niet door dictatoriale dwang en agressie.
- Onder meer bij angst, pijn en het oplossen van conflicten kunnen zij agressie gebruiken. De meest honden voorkomen dit echter het liefst en tonen door allerlei signalen ver tevoren wanneer bij hen bepaalde grenzen worden overschreden. Dit geven zij aan door kalmerende signalen, verstijven, lippen optrekken, grommen, dreigend blaffen en happen in de lucht. Het negeren van al deze signalen door mensen zal de hond uiteindelijk dwingen tot het overgaan op agressie.
Honden zijn roofdieren en aaseters:
- Speuren en zoeken naar prooi. Bij bepaalde rassen en individuen kan dit tot gevolg hebben: neus aan = oren uit.
- Najagen van de prooi. Alle zich snel verwijderende voorwerpen zijn een potentiele prooi, bijvoorbeeld joggers, fietsers, skaters, rennende kinderen, auto's, katten, konijnen.
- Verscheuren van de prooi. Kussens, kleden.
- Knagen op botten van de prooi: speeltjes, tafelpoten, tapijten, deuren, de hondenmand.
- Uitgraven van de prooi. Strand, zojuist beplante bloembedden.
- Weinig kieskeurige en snelle eters. Brokjes, aangeboden lekkers, hapjes voor de gasten, boterham van de kinderen, rottend dieren lijk, paardenpoep, stenen.
Honden zijn niet zo intelligent. Zij kunnen geen plannen maken (ook geen wraak nemen!), hoogstens heel simpele probleempjes oplossen. Zij leren puur door ondervinding, door uitproberen en door verbanden te leggen. Maar daarin zijn zij meesters!
Honden hebben geen moraal. Zij kennen geen onderscheid tussen goed en kwaad, tussen wel of niet iets mogen, maar des te beter tussen wat wel en wat niet iets voor ze oplevert. Daarin verschillen zij overigens niet van mensen. Ook wij hebben alleen respect voor regels als deze actief gecontroleerd worden. Denk maar aan mensen die afremmen om een flitspaal voorbij te rijden zonder boete te incasseren. Zodra de flitspaal voorbij is, geven zij weer gas.
Honden zijn volledig eerlijk. Zij zijn niet in staat hun gevoelens te verbergen. Als iets ze blij maakt, reageren ze blij. Als iets hen angst aanjaagt, reageren ze angstig. Als iets ze boeit, hebben ze er alle aandacht voor. Als iets niet leuk is, gaan ze wat anders doen.
Honden leven in het hier en nu. Zij reageren direct op een gebeurtenis, of deze hen nu blij maakt of angstig of boos. Andersom begrijpen zij er niets van als een mens hen langer dan een enkele seconde na een gedrag beloont of straft.
Honden zijn gewoontedieren. Gedrag dat er eenmaal in zit, kost moeite om weer om te buigen. Daarom is het belangrijk fout gedrag te voorkomen en uw hond direct het gedrag te leren dat u graag terug ziet.
Tussen de rassen en individuen kan het voorkomen van een bepaald gedrag verschillen, maar in aanleg zijn al deze eigenschappen aanwezig en zijn ze iets om altijd rekening mee te houden bij de omgang met, de opvoeding en de training van uw hond. Een heel hondenleven lang!


