Dreigsignalen


Er bestaan verschillende signalen die de hond kan laten zien als hij dreigt. In opklimmende mate van ernst zijn de meest herkenbare signalen:

  • Staren. De hond kijkt strak naar degene (of datgene) waar hij naar dreigt.
  • Verstarren. De hond verstijft, blijft in een bepaalde houding staan, zitten of liggen, zijn spieren zijn gespannen.
  • Lip optrekken. De hond trekt zijn bovenlip een stukje op en laat zijn tanden zien.
  • Grommen. De hond maakt een grommend geluid.
  • Blaffen (korte, harde blaf) of grom blaffen.
  • Happen, uitvallen. De hond hapt naar dat wat hem bedreigt, maar hapt ernaast (dit is met opzet en komt niet doordat hij ‘verkeerd mikt’).
  • Als de hond zijn doel nu nog niet heeft bereikt zal hij daadwerkelijk bijten.

Tijdens dreiggedrag kan de hond zijn haren overeind zetten. Dit heet ‘borstelen’. Vaak is het een kam op zijn rug of een stukje ter hoogte van de schouders of achteraan de rug waar het haar overeind komt te staan. Dit geeft opwinding aan.