Overig

 

Naast deze vier hoofdcomponenten bevat hondenvoeding ook ruwe celstof en vocht. Ruwe celstof is afkomstig van de celwand van plantaardig materiaal en wordt ook wel aangeduid met voedingsvezels. Deze zijn voor de hond niet verteerbaar. Toch hebben voedingsvezels een gunstig effect. Voedingsvezels stimuleren een gezonde werking van het darmkanaal en dragen bij aan een optimale vertering en gezonde darmflora. Ook geven vezels een verzadigd gevoel, wat helpt bij het op gewicht houden van uw hond. Het ruw eiwit, ruw vet, koolhydraten, ruwe as en de ruwe celstof samen noemt men de droge stof. Naast de droge stof bevat de voeding ook vocht. In droge brokken zit aanzienlijk minder vocht dan in diepvries vers vlees of blikvoer. De hond zal daarom ook meer drinken bij het eten van droge brokken in vergelijking met het eten van nat voer! Als vuistregel drinkt een hond 3 gram water per gram brokken. Belangrijk is dat dit water niet te koud is, maar op kamertemperatuur.

 

Naast deze voedingscomponenten bevat hondenvoeding meer waardevolle ingrediënten die niet onderverdeeld kunnen worden in de bovenstaande groepen.

 

Antioxidanten


Antioxidanten in voeding zijn in staat om schadelijke vrije radicalen in het lichaam te neutraliseren. Deze schadelijke vrije radicalen kunnen leiden tot schade aan de lichaamscellen en vroegtijdige veroudering van het lichaam. Daarnaast zijn antioxidanten belangrijk voor een gezonde stofwisseling van het lichaam.

 

Maar ook in de voeding wordt gebruik gemaakt van het gunstige effect van antioxidanten. Antioxidanten worden toegevoegd aan levensmiddelen om de oxidatie door zuurstof uit de lucht tegen te gaan. Oxidatie (het ontstaan van verbindingen met zuurstof uit de lucht) is één van de belangrijkste chemische bedreigingen voor de kwaliteit van de diervoedingen. Bij dit proces ontstaan stoffen die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van het dier. Hierdoor is het gebruik van antioxidanten noodzakelijk en wordt de houdbaarheid van de voeding verlengd. Oxidatie heeft een aantal gevolgen voor de kwaliteit van voeding:

  • Vitamine A en E gehalte in de voeding dalen.
  • Essentiële vetzuren worden beschadigd waardoor tekorten kunnen ontstaan.
  • Verteerbaarheid van de voeding daalt.
  • Kwaliteit van het vet loopt terug waardoor de smakelijkheid sterk daalt.
  • Ontstaan van kettingreacties. De aanwezigheid van geoxideerde stoffen bevordert het oxidatieproces.

 

Glucosamine en chondroïtine


Gewrichten zijn verantwoordelijk voor beweging en bestaan uit een holle plek gevuld met gewrichtsvloeistof, een membraan en kraakbeen. Kraakbeen bekleedt de uiteinden van de beenderen in de gewrichten en werkt als een schokvanger. Het zorgt voor gladde oppervlakten in de gewrichten zodat de botten er mooi over heen bewegen. De vloeistof werkt als een smeermiddel. Tijdens het ouder worden, of bij ziekten als artrose, slijt het kraakbeen en wordt het oppervlak ruw. Dit veroorzaakt veel pijn tijdens het bewegen. Glucosamine en Chondroïtine remmen de kraakbeenslijtage en stimuleren de aanmaak van nieuw kraakbeen. Hierdoor wordt het kraakbeen ondersteund en de gewrichten versoepeld.