De geboorte
Op de dag van de bevalling (meestal ’s nachts) eten de meeste teven niet en zal de lichaamstemperatuur dalen tot onder de 37 graden celsius. Indien ze wel eet zal ze dit voor de bevalling weer uitspugen.
De teeft wordt onrustiger, gaat graven en nestelen. Ze hijgt voortdurend en de eerste weeën dienen zich aan. Gewoonlijk komt de eerste pup wat moeizamer op de wereld, deze moet immers de weg vrijmaken. Bij honden is zowel een kopligging als een stuitligging heel normaal. Het liefst willen we een kopligging waarbij de pup nog in het vlies zit tijdens de geboorte.
Na het breken van de vliezen en de heftige persweeën komt de pup binnen twee uur te wereld. De moederhond zal de pup uit het vlies halen en voortdurend likken. Dit likken zal de hart- en longfunctie stimuleren. Tevens wordt de navelstreng doorgebeten. Ook kan de fokker de navelstreng met de vingernagels doorscheuren, hierdoor worden op een natuurlijke manier de bloedvaten dichtgeknepen. Niet zomaar afknippen, dan blijft het bloeden.
Vervolgens zal de teef de nageboorte opeten. Het opeten van de nageboorte heeft een stimulerend effect op de melkgift. Teveel hiervan eten is echter ook niet goed. Hierna zullen de overige pups snel of in een rustig tempo volgen.
Als alle pups geboren zijn is het verstandig deze te controleren op hubertusklauwtjes, open gehemelte en de naveltjes te ontsmetten.
De moederhond zal na de laatste geborene vermoeid in slaap vallen, af en toe nog lastig gevallen worden door wat naweeën.


