- Informatie >
- Katten >
- Rassen >
- M >
- Munchkin
De Munchkin
Lang lichaam en kort op de poten, zoals een Teckel (Dashond)
In 1991 werd in de Madison Square Garden in New York een vreemde kat met korte poten tentoongesteld. Het dier had de bijnaam teckelkat of bassetkat. Reeds in de jaren '30 werden katten van hetzelfde type in Engeland gesignaleerd, maar men verloor ze gedurende de Tweede Wereldoorlog uit het oog. Een exemplaar werd in 1953 in Stalingrad beschreven. Dit ras is vernoemd naar de dwergen uit Munchkin land beschreven in de bekende film de Tovenaar van Oz van Fleming (1939). De voorouders van de moderne Munchkin zijn afkomstig uit Louisiana en stammen af van een zwarte poes, Black-Berry van rond 1982. Het gen dat aan de basis ligt van deze spontane mutatie die verantwoordelijk is voor de korte poten, is dominant. De T.I.C.A. heeft het ras in 1995 erkend en stelde in datzelfde jaar een rasstandaard op. In 1993 verschenen de eerste Munchkins in Frankrijk. In Nederland is het ras niet erkend.
Algemene kenmerken
Kat met erg korte poten. Gewicht: 2,2 tot 4 kg.
Land van herkomst
Verenigde Staten
Oorspronkelijke naam
onbekend
Andere naam
Munchkin Cat
Conditie
Alle kleuren zijn toegestaan.
Opmerkingen
Kruisingen met kortharige- en langharige katten zijn toegestaan; kruisingen met zware, gedrongen rassen moeten vermeden worden. Kittens uit deze combinaties mogen niet gebruikt worden voor de fok van andere rassen.
Fouten
Te gedrongen type. Zwakke rug. Te sterk ontwikkelde botten in de poten, kromme poten. Laag en uitstekend borstbeen. Witte borstvlek (medaillon) of witte vlekken.
Karakter/bijzonderheden
Hoewel zijn korte poten de Munchkin niet belemmeren in zijn mobiliteit, zorgen deze er echter wel voor dat ze niet zo hoog kunnen springen als andere katten. Actief, levendig, speels, Munchkins zijn erg sociaal en aanhankelijk. Hij is dol op zijn baas. Zijn verzorging levert weinig problemen op, zeker niet bij de kortharige variëteit.
Hoofd
onbekend
Oren
De vorm van een gelijkzijdige driehoek met afgeronde zijden. Afgeronde schedel. Vlak voorhoofd. De wangen kunnen, vooral bij katers, breed zijn. Smalle snuit met een lichte stop. Middellange neus. Stevige maar niet uitstekende kin.
Ogen
Driehoekig, vrij breed, recht.
Hals
Groot, walnootvormig, vrij ver uit elkaar, lichtjes schuin geplaatst. Er is geen relatie tussen de oogkleur en de vachtkleur.
Lichaam
Middellang, breed en goed gespierd.
Poten
Middelgroot. Ronde borst. Brede schouders. De ruggengraat is net zo buigzaam als bij andere rassen. Botten en spieren zijn gemiddeld tot goed ontwikkeld.
Staart
Kort, gemiddelde botstructuur en stevige spieren. Ronde, compacte voeten van gemiddelde grootte.
Vacht
Gemiddelde dikke staart, enigszins taps toelopend naar het uiteinde toe. Dik behaard, hoog en rechtop gedragen wanneer hij in beweging is.
Kleur
Twee variëteiten: - Kortharig. - Halflangharig. Zijdeachtige structuur, gemiddelde ondervacht.


