Voortplanting
Een cavia is een echt groepsdier, en houdt van gezelschap in welke vorm dan ook, maar vooral van zijn eigen soortgenoten. Zet u een paartje bij elkaar, dan krijgen ze onvermijdelijk 3 tot 4 maal per jaar jongen. Het is echter heel goed mogelijk om meerdere dieren van gelijke sekse bij elkaar te houden. Zeugen (vrouwtjes) zijn in de regel heel verdraagzaam, maar ook beren (mannetjes) kunnen heel goed samen leven mits ze op jonge leeftijd bij elkaar gezet worden en er geen zeugen in de buurt zijn die ze kunnen ruiken of zien. Dit is geen garantie. Er zijn altijd uitzonderingen.
Cavia’s zijn al op zeer jonge leeftijd geslachtsrijp. Beertjes beginnen al achter hun zusjes en moeder aan te jagen vanaf een leeftijd van vier weken. Een zeugje moet tussen de 7 en de 12 maanden haar eerste nestje hebben gehad. Na het eerste jaar levert het verharden van het bekken aanzienlijke problemen bij het werpen op.
Ongeveer een maand worden het beertje en het zeugje bij elkaar gehouden. Het zeugje zal dan zeker gedekt zijn. Het zeugje dat al drachtig is wordt zichtbaar dikker. Het is verstandig om het beertje van het zeugje te scheiden, voordat de jongen geboren worden. Het is bijzonder belangrijk dat het zeugje optimale rust krijgt, en aan het eind van de dracht, die ongeveer 63 tot 67 dagen duurt, niet te vaak opgetild wordt.
Vanaf de vijftigste dag kan men de jongen voelen bewegen. Meestal krijgt de cavia, die slechts twee tepels heeft, maar 3 of 4 jongen. Naast het zogen beginnen de jongen na enkele dagen (soms al de eerste dag) al uit de voerbak te eten. Met 5 à 6 weken moeten de jongen uit elkaar worden gehaald.


