- Informatie >
- Honden >
- Rassen >
- A >
- Alaskan Malamute
Alaskan Malamute
Eeuwenlang was de Alaskan Malamute onontbeerlijk voor de oorspronkelijke bewoners van Alaska. Hij werd genoemd naar de Mahlemuts, een Eskimostam. Deze Eskimostam heeft dit ras ontwikkeld en gebruikt om op Kariboe te jagen en het kamp te bewaken. De Alaskan Malamute is weliswaar niet zo snel als de Husky, maar kan wel zwaardere lasten trekken, waardoor hij de reputatie van de "sneeuwtrein" van het noorden heeft gekregen. Het ras werd door de American Kennel Club in 1935 erkend.
Type hond
Sledehonden
Land van herkomst
Verenigde Staten
Oorspronkelijke naam
Alaskan Malamute
Andere naam
Geen
Karakter
Deze robuuste, kalme en standvastige hond heeft een groot uithoudingsvermogen. Hoewel hij heel onafhankelijk is, is hij niet zo uitbundig als de Husky. Hij is speels, aanhankelijk en zacht met kinderen, waardoor hij een uitstekende gezelschaps-hond is. De Alaskan Malamute is een slechte waakhond omdat hij zelden blaft, niet agressief en erg sociaal is. Zijn groepsinstinct is nog sterk en hij is nogal dominant tegenover andere honden. Met een consequente opvoeding moet al op jonge leeftijd ge-start worden.
Verzorging
De Alaskan Malamute kan zich misschien aan het stadsleven aanpassen. Maar deze hond wil niet graag alleen gelaten worden en hij heeft zeer veel beweging nodig. Als hij wordt opgesloten, zal hij het huis afbreken. Om geestelijk en lichamelijk gezond te blij-ven moet hij regelmatig lange stukken lopen, en indien mogelijk lasten trekken. Dit ras verdraagt de warmte slecht. Twee keer per week borstelen is nodig. Vaker en stevig borstelen is aan te bevelen tijdens de seizoensrui.
Gebruik
Sledehond (zware lasten trekken over grote afstanden). Gezelschapshond.
Hoofd
Breed en sterk. Brede schedel. Lichte stop. Sterke, massieve snuit. Zwarte of bruine neusspiegel in rode honden. Nauwsluitende lippen.
Ogen
Amandelvormig, schuin in de schedel geplaatst. Bruin. Blauwe ogen zijn een dis-kwalificerende fout.
Oren
Middelgroot, driehoekig, staan ver uit elkaar. Rechtop gedragen.
Lichaam
Compact en goed gespierd. Sterke hals. Goed ontwikkelde borstkas. Rechte rug. Stevige, gespierde lendenen.
Ledematen
Grote, compacte dikke voeten. Krachtige benen met zware botten.
Staart
Rijk behaard. Over de rug gedragen, maar niet in een dichte krul.
Vacht
Dik, grof; nooit lang of zacht. Het haar is langer op de schouders, hals, bovenop de rug, croupe, dijen en staart. Dichte, wollige, vettige ondervacht is 2,5 tot 5 cm lang.
Kleur
Nuances van lichtgrijs tot zwart, of nuances van sabel tot rood. Kleurcombinaties in de ondervacht zijn acceptabel. Als enkele kleur wordt alleen wit goedgekeurd. Wit is altijd de overheersende kleur op het onderlichaam, voeten en delen van benen en gezicht.
Schofthoogte
Reu: 63,5 cm. Teef: 58,5 cm.
Gewicht
Reu: 38 kg. Teef: 34 kg.

