- Informatie >
- Honden >
- Rassen >
- A >
- American Akita
American Akita
De oorsprong van de American Akita is gelijk aan die van de Akita. De Akita werd in de provincie Akita op Honshu-eiland ontwikkeld. Eerst heette hij Akita Matagi (hond die op beren jaagt). Het is een middelgrote jachthond. De voorouders van de Akita waren misschien Chinese rassen die later met Mastiff en de Tosa werden gekruist. De Akita werd lange tijd als een jachthond op groot wild gebruikt, en voor hondengevechten. Na de tweede wereldoorlog namen militairen dit ras mee naar de USA. Deze hond trok de fokkers enorm en ze zijn dan ook met deze hond verder gaan fokken.
Type hond
Aziatische keeshonden en soortgelijken
Land van herkomst
Japan, Amerika
Oorspronkelijke naam
American Akita
Andere naam
Akita, Akita Japanse, Great Japanese Dog
Karakter
Deze robuuste, krachtige en zeer moedige hond is onafhankelijk en trots, maar rustig. Hij is volgzaam, waardoor hij een uitstekend gezelschapshond is, makkelijk in de omgang. Deze buitengewone waak-hond is argwanend tegenover vreemden en altijd waakzaam, maar hij blaft zelden. De Akita heeft een alfa-persoonlijkheid en kan daarom moeilijk met andere honden samenleven. Consequente maar zachtaardige opvoeding is vereist.
Verzorging
Deze zeer sportieve hond kan zich alleen als huishond aanpassen als hij iedere dag veel beweging kan krijgt. Dagelijks borstelen is nodig. Extra vaak en stevig borstelen wordt tijdens seizoensrui aanbevolen.
Gebruik
Waakhond. Gebruikshond: politiehond, geleidehond, reddingshond. Gezelschapshond.
Hoofd
Sterk. Vlak en breed tussen de oren. Een vage groef spreid zich duidelijk uit over het voorhoofd. Duidelijk waarneembare stop. Breed diep en volle snuit. Zwarte en niet hangende lippen, roze tong.
Ogen
Bijna driehoekig. Donkerbruin van kleur. Oogleden zwart en aangesloten.
Oren
Opstaand, klein driehoekig met afgeronde punt. Licht naar voren gedragen. In de aanzet breed en niet te laag aangezet.
Lichaam
Dik en gespierd met een minimum aan keelhuid. Voorborst diepe nbreed. Rechte rug. Goed gespierd.
Ledematen
Dikke, ronde, compacte, gesloten, gewelfde voeten. Krachtige benen met zware botten.
Staart
Volle goed behaarde staart over de rug gedragen, hoog aangezet.
Vacht
Ondervacht dik, zacht , dicht en korter dan bovenvacht. Bovenvacht recht, hard en ietwat uitstaand.
Kleur
Elke kleur is toegestaan: rood, geel, wit, zelfs gevlekt en gestroomd.
Schofthoogte
Reu: 66 - 71 cm. Teef: 61 - 66 cm.
Gewicht
30 tot 50 kg.

