American Staffordshire Terriër
De American Staffordshire Terriër stamt af van de engelse vechthond die voortkomt uit de Staffordshire Bull Terriër (een Engelse vecht-hond). Amerikaanse fokkers hebben van de Staffordshire Bull Terriër een grotere en krachtigere variant gefokt. De American Staffordshire Terriër werd in 1936 door de Amerikaanse Kennel Club erkend onder de naam Staffordshire Terriër. In 1972 werd de naam veranderd in American Staffordshire Terriër om verwarring met de engelse Staffordshire Terriër te voorkomen. Vandaag de dag behoren de (Engelse) Staffordshire Terriër en de American Staffordshire Terriër tot twee verschillende rassen. De agressieve neigingen van de American Staffordshire Terriër zouden nooit aangemoedigd mogen worden, omdat de hond dan gevaarlijk kan worden.
Type hond
Bull Terriërs
Land van herkomst
Verenigde Staten
Oorspronkelijke naam
American Staffordshire Terriër
Andere naam
Geen
Karakter
Hij heeft de kracht van de Engelse Bulldog en de behendigheid van een Terriër. De American Staffordshire Terriër heeft een groot weerstandsvermogen en een buitengewone moed. Hij is halsstarrig, onafhankelijk en koppig. Het is een trouwe en aanhankelijke gezelschapshond. Hij is een uitzonderlijke waakhond en vaak agressief tegen soortgenoten. Op jonge leeftijd moet hem al discipline bijgebracht worden. Zijn opvoeding moet consequent maar zonder geweld gebeuren om een sociale hond ten opzichte van de omgeving te krijgen. Door een gewelddadige of hardhandige opvoeding kan de American Staffordshire Terriër zich ontwikkelen tot een gevreesd wapen.
Verzorging
Het leven op een appartement is niet ideaal voor deze hond. Hij heeft veel ruimte en beweging nodig om een evenwichtig karakter te blijven houden. Een tot twee keer per week borstelen is aan te raden.
Gebruik
Waakhond. Gezelschapshond.
Hoofd
Van gemiddelde lengte. Brede schedel. Duidelijke stop. Kaakspieren zijn duidelijk te zien. Onderkaak is stevig en krachtig. Aangesloten lippen, zonder loshangende delen.
Ogen
Rond, goed ver uit elkaar, donker.
Oren
De voorkeur wordt gegeven aan niet gecoupeerde, korte rozenoren of halfhangende oren. Couperen is in Nederland niet toegestaan.
Lichaam
Compact. Zware, gebogen hals, zonder keelhuid. De lijn schoft-croupe helt lichtjes af. Vrij korte rug. De lendenen moeten iets naar binnen vallen. Goed gewelfde ribben. Brede en diepe borstkas. Licht hellende croupe.
Ledematen
Gespierd, zware botten. Compacte gesloten voeten. Goed gewelfde tenen.
Staart
Laag aangezet, kort, versmalt tot een fijne punt. Niet gekruld noch boven de ruglijn gedragen.
Vacht
Kort, dicht, stug aanvoelend.
Kleur
Elke kleur is toegelaten, eenkleurig, meerkleurig of gevlekt, maar vachten die meer dan 80% wit bevatten, black-and-tan dieren en leverkleurige dieren moeten bij voorkeur niet voor de fokkerij gebruikt worden.
Schofthoogte
Reuen: 46-48 cm. Teven: 43-46 cm.
Gewicht
17-20 kg.


