Amerikaanse Cocker Spaniel 

 
Dit is een directe afstammeling van de Engelse Cocker Spaniel. Hij werd in 1882 geïntroduceerd in de Verenigde Staten, waar de fokkers een kleine gezelschapshond met een prachtige vacht wilden fokken. Hij is in 1946 erkend door de American Kennel Club en werd het populairste hondenras in de Verenigde Staten. Sinds 1949 komt hij in Nederland voor op tentoonstellingen.

Type hond
Spaniels

Land van herkomst
Verenigde Staten

Oorspronkelijke naam
American Cocker Spaniel

Andere naam
Amerikaanse Cocker Spaniel, Cocker Spaniel, Cocker, Ami

Karakter
Hij is degelijk, snel en met zijn gemakkelijke, evenwichtige en vrolijke karakter is het een geliefde gezelschapshond. Het is een hond voor tentoonstellingen, geen jachthond. Hij kan soms wat koppig zijn en heeft daarom een consequente opvoeding nodig.

Verzorging
Hij past zich goed aan het leven in een appartement aan, als hij maar zijn dagelijkse beweging krijgt. Dagelijks borstelen en kammen is nodig. Twee keer per maand wassen en maandelijks laten trimmen. De oren moeten regelmatig gecontroleerd worden.

Gebruik
Gezelschapshond. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofd
Fijn gewelfd. Ronde schedel. Goed omlijnde wenkbrauwbogen. Uitgesproken stop. Brede, hoge snuit. Vierkante kaken. Zwarte of kastanjebruine neusspiegel, afhankelijk van de kleur van de vacht.

Ogen
Licht amandelvormig, kastanjebruin, zo donker mogelijk. De ooguitdrukking is "innemend smekend".

Oren
Lang, fijn, goed bevederd.

Lichaam
Kort, compact. Vrij lange, gespierde hals zonder keelhuid. Diepe, brede borst. Goed gewelfde ribben. Sterke, iets aflopende rug. Brede croupe.

Ledematen
Sterk. Compacte, grote, ronde voeten. Harde, hoornachtige zoolkussentjes.

Staart
Aanzet en dracht in het verlengde van de rug of iets hoger. Werd tot voor kort gecoupeerd, couperen is tegenwoordig in Nederland verboden. In actie kwispelend.

Vacht
Kort en fijn op de kop. Middellang op het lichaam. De oren, de borst, de buik en de benen zijn goed bevederd. De vacht is zijdeachtig, vlak of licht golvend. Ondervacht.

Kleur
Effen zwart. Zwart met goudgele extremiteiten (black-and-tan). Een weinig wit op de borst en/of de keel is toegestaan. Iedere andere effen kleur dan zwart. Meerkleurig: twee of meerdere duidelijk aanwezige en evenwichtig verdeelde kleuren, waarvan wit een verplichte kleur is. De schimmelkleurige vacht wordt onderverdeeld bij de meerkleurigen. De tan kleur varieert van lichtromig tot donkerrood en mag niet meer dan 10% van de vacht beslaan. De tan vlekken bevinden zich boven elk oog, aan weerszijden van de snuit en de wangen, aan de binnenkant van de oren, op de vier voeten en/of vier benen, op de borst en onder de staart.

Schofthoogte
Reu: 36 tot 39 cm. Teef: 34 tot 36 cm.

Gewicht
10 tot 13 kg.