Anatolische Herder 

 
De Anatolische herder stamt af van de Molossers van Epirus en is afkomstig van de Turkse en Aziatische vlakke hooglanden en gebergten. De Anatolische herder werd gebruikt om deschapen te hoeden en ze tegen roofdieren te beschermen (wolven). Daarnaast werd hij ook gebruikt bij de jacht en als hulp tijdens de oorlog.

Type hond
Bergtype Molosser

Land van herkomst
Turkije, Anatolië

Oorspronkelijke naam
Coban Köpegi

Andere naam
Karabash, Kangal, Anatolische Herder

Karakter
Door zijn uitzonderlijke verleden en het feit dat hij bij alle weersomstandigheden buiten leeft en werkt heeft hij een grote robuustheid en een zekere soberheid verworven. Hij is ingetogen en stoutmoedig. Hij bezit een sterk karakter, vaak koppig, en heeft een eigenaar nodig die zijn leiderschap duidelijk stelt. Trouw, zacht met zijn baas en kinderen en, zeer wantrouwig tegenover vreemden, wat hem tot een goede waakhond maakt.

Verzorging
Hij is een plattelandshond omdat dagelijkse beweging onontbeerlijk is. Hij dient regelmatig geborsteld te worden.

Gebruik
Vee- en schapenhoeder en beschermer van de kudde tegen indringers. Waakhond. Gezelschapshond.

 

Hoofd
Sterk en breed. Licht gewelfde schedel. Matige stop. De snuit is iets korter dan de schedel. De lipranden zijn zwart.

Ogen
Klein, goudkleurig tot bruin van kleur afhankelijk van de vachtkleur.

Oren

Van gemiddelde grootte, driehoekig met afgeronde randen. Afhangend.

Lichaam
Sterk. Dikke, gespierde hals. Diepe borstkas. Diepe borst. Gewelfde ribben. Opgetrokken buik.

Ledematen
Stevig en goed gespierd. Ovale, stevige voeten. De tenen zijn goed gewelfd.

Staart
Lang, laag gedragen en licht gebogen.

Vacht
Kort of half lang, dicht. Langer in de hals, op de schouders en de dijen. Dikke ondervacht.

Kleur
Alle kleuren zijn toegestaan. De meest gewenste kleur is zand tot goudbruin met een zwart masker en zwarte oren.

Schofthoogte
Reuen: 74-81 cm. Teven: 71-79 cm.

Gewicht
Reuen: 50-65 kg. Teven: 40-55 kg.